Deze woordenlijst combineert technische uitleg van de belangrijkste IC-termen met beschrijvingen van hoe patiënten die beleven. Die beschrijvingen zijn tot stand gekomen dankzij de groep Les REAnimés, met wie u contact kunt opnemen via Second Life by 101
Tijdens de IC-opname kan de ontwikkeling van de gezondheidstoestand van de patiënt aanleiding geven om stil te staan bij de zin van de lopende behandelingen. Als er ondanks zware en soms ingrijpende behandelingen geen verbetering meer te verwachten is, kan worden besloten bepaalde behandelingen te beperken of andere te stoppen, of zich zelfs te beperken tot behandelingen die gericht zijn op comfort. In Frankrijk is onredelijk doorbehandelen (obstination déraisonnable) namelijk bij wet verboden. Sinds 2004, en recenter sinds 2016, regelen de wet-Leonetti en de wet-Claeys-Leonetti de zogeheten beslissingen tot “beperken en staken van behandelingen” (limitation et arrêt des traitements, LAT). Deze beslissingen worden in overleg genomen door het hele zorgteam en een externe consulent, rekening houdend met de wensen die de patiënt heeft uitgesproken, en de naasten worden er nauwkeurig over geïnformeerd. De beslissingen worden elke dag opnieuw beoordeeld, afhankelijk van hoe de toestand van de patiënt zich ontwikkelt.
“Therapeutische hardnekkigheid” (acharnement thérapeutique) is de vroegere juridische term voor wat nu “onredelijk doorbehandelen” (obstination déraisonnable) heet.
Ketoacidose is een toestand waarbij het lichaam een grote hoeveelheid zure stoffen aanmaakt, ketonen genoemd. Dit gebeurt meestal bij een tekort aan insuline, vooral bij mensen met diabetes. Door de ophoping van deze zuren kunnen uitdroging, buikpijn, ademhalingsproblemen of een verminderd bewustzijn ontstaan. Snelle behandeling is nodig om de verstoringen te herstellen en de oorzaak aan te pakken.
Adrenaline is een geneesmiddel voor noodsituaties. Het wordt in zeer kleine doses gegeven tijdens de reanimatie bij een hartstilstand, of via een infuus met een continue en uiterst nauwkeurige snelheid. Het versterkt de werking van het hart.
De toediening kan voor de patiënt helemaal onopgemerkt blijven, zeker als hij of zij buiten bewustzijn is. Sommige patiënten beschrijven echter een gevoel van een “boost voor de machine die het menselijk lichaam is”, warmte en soms hoofdpijn.
Wanneer patiënten niet meer via de mond kunnen eten (door sedatie, coma, slikproblemen enz.), kunnen ze voeding krijgen via een sonde in de maag, of in sommige gevallen in de darm: de maagsonde. Dit heet enterale voeding of sondevoeding (entero- verwijst naar het maag-darmkanaal).
Bij enterale voeding krijgt de patiënt de voeding dus rechtstreeks in de maag of de darm. Op de IC wordt dit toegepast als de patiënt niet normaal kan eten, maar het spijsverteringsstelsel nog wel werkt.
De voedingsstoffen (eiwitten, suikers, vetten, vitamines…) worden in vloeibare vorm gegeven om in de behoeften van het lichaam te voorzien en ondervoeding te voorkomen.
Deze methode komt het dichtst bij gewoon eten en helpt de darmen goed te blijven werken.
Vanuit het perspectief van de patiënt:
Je ziet zakken met crèmekleurige vloeistof, verbonden met een slangetje dat op de maagsonde is aangesloten. Het slangetje loopt door een pomp die regelt hoe snel de voeding inloopt.
Je kunt de vloeistof vanuit de zak door het slangetje naar de maagsonde zien lopen.
Als de vloeistof op kamertemperatuur of gekoeld is, kun je soms licht voelen dat ze door het slangetje stroomt, maar dat doet geen pijn en je proeft er niets van. Meestal voel je geen honger en ook geen verzadiging, omdat de voeding met een constante snelheid over de dag wordt gegeven. Soms wordt de sondevoeding alleen ’s nachts gegeven, om overdag een hongergevoel op te wekken en het spijsverteringskanaal weer aan normaal eten te laten wennen.
In sommige gevallen werkt het spijsverteringskanaal van de patiënt niet of kan het niet worden gebruikt (bijvoorbeeld door een operatie, een infectie of een verstopping). De voedingsstoffen worden dan rechtstreeks in het bloed gebracht, via een infuus in een grote ader (zie Katheter).
Dit heet parenterale voeding.
Op de IC kan de patiënt zo voeding krijgen, ook als het spijsverteringskanaal niet werkt. Zo krijgt hij of zij de energie en eiwitten die nodig zijn om te herstellen.
De meeste parenterale voedingen zien eruit als zakken met witte vloeistof. Ze worden meestal via een katheter toegediend, omdat ze de dunne aderen op den duur kunnen irriteren.
Amnesie betekent dat herinneringen ontbreken.
Het komt vaak voor dat patiënten zich hun IC-opname helemaal of gedeeltelijk niet herinneren. Amnesie heeft meerdere oorzaken: sederende en verdovende medicijnen veroorzaken vaak geheugenverlies, een ernstige infectie en slaapstoornissen hebben direct invloed op het vermogen om herinneringen te vormen, en ook andere mechanismen kunnen hierbij een rol spelen…
Patiënten met amnesie beschrijven een soort “afwezigheid van zichzelf”. Soms herinneren ze zich niets van wat er gebeurde voordat ze in coma werden gebracht, niets van de periode van het coma tot het ontwaken, en soms ook niets van de dagen na het ontwaken. “Het is alsof iemand vergeten was het filmpje in de camera te doen”, vertelt een patiënt. Veel patiënten hebben behoefte om dit “gat” in hun verhaal op te vullen, soms snel, soms pas maanden na het ontslag van de IC.
Om IC-patiënten te helpen psychisch te herstellen, kan het nuttig zijn hen te helpen begrijpen wat er is gebeurd in de periodes die ze vergeten zijn. Een IC-dagboek bijhouden is een eenvoudige en doeltreffende oplossing.
Het komt vaak voor dat de menstruatie van vrouwen tijdens de IC-opname of ziekenhuisopname onregelmatig wordt of stopt. Het lichaam krijgt zo’n schok dat het de voortplantingsfuncties stillegt om zich op overleven te richten. Dit heet amenorroe.
Bij anesthesie worden de gewaarwordingen van iemand “in slaap gebracht” met medicijnen of gassen die sederen (slaap opwekken) en pijn stillen (pijn wegnemen).
Anesthesie wordt vaak toegepast op de operatiekamer. Ze kan algeheel zijn – de patiënt wordt volledig “onder narcose gebracht” – of plaatselijk: de verdovende medicijnen worden dan rechtstreeks bij de zenuwen van het te behandelen gebied ingespoten. Alleen dat gebied wordt “verdoofd” en de patiënt blijft bij bewustzijn. Anesthesie op de operatiekamer is vooral bedoeld om de ingreep veilig te laten verlopen, doordat het gebied volledig stil ligt, en om pijn te voorkomen.
Op de IC wordt algehele anesthesie toegepast wanneer een falend orgaan volledige rust nodig heeft: zo kan een patiënt bijvoorbeeld in slaap worden gebracht om de longen rust te geven.
Vanuit het perspectief van de patiënt: op het moment van de zogeheten “inductie” van de anesthesie, wanneer het medicijn wordt ingespoten, kun je het gevoel hebben dat je wordt weggezogen of valt, voordat je het bewustzijn verliest. Afhankelijk van de persoon en de situatie kan dat prettig of beangstigend aanvoelen. Aan fijne dingen denken op het moment van inslapen zou kunnen helpen om rustig wakker te worden. Het is geen gewone slaap en je voelt je na een anesthesie niet “uitgerust”. Afhankelijk van de medicijnen en de doses kan anesthesie vreemde dromen geven.
Anoxie is het volledig ontbreken van zuurstoftoevoer. Daardoor sterven cellen af. Langdurige anoxie van de hersenen heeft ernstige en onomkeerbare gevolgen voor de cognitieve vermogens.
Pijnstilling of analgesie is het wegnemen van het pijngevoel. Dat kan met medicijnen (pijnstillers), maar ook zonder medicijnen: afhankelijk van de pijn kunnen warmte (een kruik), kou (een ijszak) of fysiotherapie heel doeltreffend zijn.
Antiaritmica zijn medicijnen die worden gebruikt om hartritmestoornissen te herstellen of te voorkomen. Ze werken in op de elektrische activiteit van het hart, zodat het regelmatiger klopt.
Antibiotica zijn medicijnen die infecties door bacteriën behandelen. Ze werken niet tegen virussen. Op de IC worden ze vaak snel gegeven wanneer een ernstige infectie wordt vermoed.
Doordat een IC-patiënt steeds in bed ligt, door eventuele stollingsstoornissen of door lichaamsvreemde materialen in de grote aders en slagaders (katheters, ECMO-canules) kan er een risico op trombose ontstaan: het lichaam vormt een bloedstolsel dat een ader of slagader geheel of gedeeltelijk kan afsluiten. Daardoor kan de doorbloeding van een orgaan of de bloedsomloop verstoord raken.
Om trombose te voorkomen krijgen IC-patiënten antistollingsmiddelen, vaak als onderhuidse injecties in de dijen en/of de buik. Dat kan blauwe plekken en verhardingen geven, die na verloop van tijd weer verdwijnen.
Bloeddrukverlagers zijn medicijnen die een te hoge bloeddruk verlagen. Ze werken op verschillende manieren, afhankelijk van de groep waartoe ze behoren (via het hart, de bloedvaten of de nieren). In een acute situatie wordt het gebruik ervan voortdurend aangepast aan de toestand van de patiënt.
Bij aplasie is het aantal witte bloedcellen sterk gedaald. Dit is meestal een verwacht gevolg van bepaalde behandelingen tegen kanker en maakt het lichaam veel vatbaarder voor infecties.
Bij febriele neutropenie (aplasie met koorts) is het aantal witte bloedcellen sterk gedaald en heeft de patiënt daarbij koorts. Aplasie maakt het lichaam veel vatbaarder voor infecties. Snelle behandeling is nodig om een eventuele infectie op te sporen en te behandelen.
Patiënten die niet kunnen praten maar wel kunnen schrijven, krijgen een schrijfbordje (whiteboard).
Tip van een oud-IC-patiënt: denk eraan de stiften op tijd te vervangen, want ze drogen snel uit als het lastig is om de dop er weer op te krijgen. Leg ook iets klaar om mee uit te vegen, dan krijg je (iets) minder blauwe vingers en vieze lakens!
Het hart pompt het bloed door het lichaam en zorgt zo voor de aanvoer van zuurstof naar de cellen van de verschillende organen. Bij een hartstilstand wordt die zuurstofaanvoer onderbroken, waardoor cellen snel afsterven. Binnen enkele minuten kunnen de gevolgen onomkeerbaar zijn (zie Anoxie). Snel ingrijpen (hartmassage, beademing) is daarom essentieel om mogelijke blijvende schade te beperken.
Tracheaal uitzuigen is een routinehandeling waarbij de luchtwegen van een geïntubeerde patiënt worden vrijgemaakt. Via de beademingsbuis wordt een dun zuigkathetertje ingebracht om het slijm uit de luchtwegen weg te zuigen dat de patiënt door te hoesten naar boven brengt. De handeling kan heftig overkomen, omdat de patiënt ervan gaat hoesten.
Het is geen prettige handeling voor patiënten, vooral als het vaak moet gebeuren, maar het is nodig om goed te kunnen ademen. Patiënten die benauwdheid voelen, ervaren het zelfs als een “levensbehoefte waar je ongeduldig op wacht”. Achteraf geeft het een gevoel van opluchting, doordat de ademhaling verbetert en je “je luchtwegen schoon voelt”. Als de handeling voorzichtig wordt uitgevoerd, kan ze als een echte verlichting worden ervaren, maar na verloop van tijd kan ze onaangenaam worden als de luchtpijp geïrriteerd raakt.
Het afzuigsysteem kan bij sommige patiënten met slikproblemen ook worden gebruikt om speeksel weg te zuigen, of tijdens de mondverzorging.
Astma is een aandoening van de luchtwegen die ontsteking en vernauwing van de luchtwegen veroorzaakt. Klachten kunnen zijn: benauwdheid, een beklemmend gevoel op de borst, hoesten of een piepende ademhaling. Aanvallen kunnen door verschillende factoren worden uitgelokt, zoals infecties, allergieën, inspanning of bepaalde prikkels, en hoe hevig ze zijn verschilt van persoon tot persoon. In de meest extreme gevallen spreekt men van een ernstige acute astma-aanval (status asthmaticus): een bijzonder zware aanval waarbij de luchtwegen zich sterk vernauwen, zodat de lucht er niet goed meer doorheen kan. De persoon kan dan ondanks de gebruikelijke medicijnen grote moeite hebben met ademen. In deze noodsituatie kunnen sterke medicijnen, zuurstof of ademhalingsondersteuning nodig zijn.
Een beroerte of CVA (cerebrovasculair accident, in het Frans AVC) ontstaat wanneer een deel van de hersenen niet meer goed van bloed wordt voorzien, door een bloedstolsel of door een bloeding. Een beroerte kan verlamming, spraakstoornissen of bewustzijnsstoornissen veroorzaken. Snelle behandeling is essentieel om blijvende schade te beperken.
Een bacterie is een levend, microscopisch klein micro-organisme. Sommige bacteriën zijn nuttig en zelfs noodzakelijk: zij vormen wat we de flora noemen. De darmflora helpt bijvoorbeeld bij een goede vertering van voedsel. Andere bacteriën zijn gevaarlijk en moeten worden bestreden. Om het lichaam te helpen deze “slechte” bacteriën te bestrijden, worden antibiotica gebruikt.
Een multiresistente bacterie is een bacterie die ongevoelig is geworden voor meerdere antibiotica. Ze is daardoor moeilijker te bestrijden, en het is uiterst belangrijk te voorkomen dat ze zich in het ziekenhuis verspreidt. Daarom kan u worden gevraagd bepaalde voorzorgsmaatregelen te nemen voordat u de kamer van de patiënt binnengaat: de “isolatiemaatregelen”.
Zie Isolatie.
Het “basisinfuus” is het standaardinfuus dat elke IC-patiënt krijgt. Meestal gaat het om een hoeveelheid neutrale vloeistof (“fysiologisch zout” of een glucoseoplossing), waaraan vitamines of elektrolyten kunnen worden toegevoegd, afhankelijk van wat de patiënt nodig heeft.
Zie Infuus
Patiënten die niet kunnen slikken of die geïntubeerd zijn, kunnen geen water drinken. Ze krijgen op een andere manier vocht, maar hun mond is daardoor vaak erg droog, vooral als de patiënt via de mond is geïntubeerd en de mond dus nooit helemaal kan sluiten. Staafjes (die lijken op grote wattenstaafjes met watten aan één kant) kunnen in water, vruchtensap of mondspoelmiddel worden gedoopt en daarna goed worden uitgeknepen, om de lippen en de binnenkant van de mond te bevochtigen. Dat geeft een fris gevoel, en zelfs een lekkere smaak als er voor vruchtensap is gekozen.
Zie Mondverzorging
De BAVU (ballon autoremplisseur à valve unidirectionnelle), in het Nederlands een zelfontplooiende beademingsballon met eenrichtingsklep, is een hulpmiddel dat op elke IC-kamer aanwezig is. Hiermee kan de patiënt vóór de intubatie extra zuurstof krijgen (preoxygenatie), kunnen bepaalde noodsituaties worden opgevangen, of kan de ballon tijdens bepaalde handelingen tijdelijk het werk van het beademingsapparaat overnemen. Hij wordt soms ook ambuballon genoemd (naar een merknaam)
Het identificatiebandje van de patiënt is een belangrijk onderdeel van wat patiëntidentificatie wordt genoemd (in het Frans identitovigilance). Hiermee kunnen zorgverleners de identiteit van hun patiënt volgens voorschrift en protocol controleren voordat ze bepaalde handelingen verrichten. Ook al kennen zorgverleners hun patiënten heel goed, door het werktempo en menselijke feilbaarheid kunnen helaas fouten ontstaan. Deze controles dienen als vangnet en helpen ongelukken te voorkomen.
Een bronchoscopie (ook wel fiberbronchoscopie genoemd) is een onderzoek waarbij de binnenkant van de luchtwegen (bronchiën) wordt bekeken met een kleine camera aan het uiteinde van een flexibele slang. Bij een geïntubeerde patiënt gaat men meestal via de beademingsbuis naar binnen, bij een niet-geïntubeerde patiënt meestal via de neus. Tijdens dit onderzoek kunnen ook monsters worden afgenomen om een diagnose te stellen.
Het onderzoek kan onder algehele narcose worden gedaan, of door alleen de binnenkant van de neus te verdoven. Bij een patiënt die wakker is, kan het vrij onaangenaam zijn. Bij een patiënt die slaapt, laat een bronchoscopie bij het ontwaken meestal geen pijn achter. Omdat de luchtwegen tijdens het onderzoek ook kunnen worden schoongemaakt, kan de patiënt zich daarna juist prettiger voelen, met het gevoel dat de luchtwegen vrijer zijn.
Chronische obstructieve longziekte, of COPD, is een chronische longziekte die vaak samenhangt met langdurig roken.
COPD vernauwt de luchtwegen, waardoor ademen geleidelijk moeilijker wordt, en maakt elke longaandoening des te ernstiger. De ziekte veroorzaakt krampen van de luchtwegen die tot ademhalingsproblemen leiden. Daarvoor kunnen luchtwegverwijders nodig zijn (medicijnen die de luchtwegen openen), en ook kunstmatige beademing. Bij deze patiënten kiest men bij voorkeur voor non-invasieve beademing, omdat het ontwennen van invasieve beademing moeilijk kan zijn.
Teamleiders verpleegkunde zijn verpleegkundigen met een aanvullende opleiding in management. Zij coördineren het verpleegkundig en paramedisch personeel en houden toezicht op de logistiek van de afdeling. Zij kunnen voor u een waardevolle bron van informatie zijn om te begrijpen hoe de afdeling werkt. Zie de pagina: het IC-team
Een tracheacanule is een alternatief voor de beademingsbuis dat in bepaalde gevallen wordt voorgesteld, met name om het geleidelijk ontwennen van de mechanische beademing te vergemakkelijken. Via een kleine opening direct in de luchtpijp (trachea) wordt een toegangsweg gemaakt, zodat de mond vrij blijft. Bij een tracheotomie worden de bovenste luchtwegen omzeild. Daardoor kost zelfstandig ademen minder moeite, terwijl het risico op een longinfectie beperkt blijft: net als een beademingsbuis heeft een tracheacanule een ballonnetje (cuff) dat kan worden opgeblazen om te voorkomen dat speeksel of maaginhoud in de longen terechtkomt.
Met een tracheotomie kan de patiënt in de loop van de revalidatie ook weer gaan praten, eten en drinken! Het comfort van de patiënt wordt er meestal veel beter door.
Naarmate de tijd en de revalidatie vorderen, kan de patiënt steeds langer zonder het beademingsapparaat zelfstandig ademen, tot hij of zij het apparaat helemaal niet meer nodig heeft. Dan wordt er een klein dopje op het uiteinde van de tracheacanule gezet. Dit rode dopje sluit de opening van de tracheotomie volledig af: de lucht wordt dan weer via de natuurlijke weg (neus, mond) in- en uitgeademd. Zo kan worden gecontroleerd of alles goed werkt vóór de “decanulatie”: het verwijderen van de canule en het afsluiten van de opening.
Katheters zijn soepele, holle slangetjes die in de aders (venen) of slagaders (arteriën) van de patiënt worden ingebracht.
Op de IC wordt al snel een centrale katheter geplaatst, omdat dit een veiligere toegang is (hij kan niet verschuiven) en er via de verschillende kanalen tegelijk meerdere gevoelige medicijnen kunnen worden gegeven.
Met een arteriële katheter kan de bloeddruk continu worden bewaakt. Ook kan via deze katheter het bloed worden afgenomen dat op de IC vaak regelmatig nodig is, zonder dat de patiënt steeds geprikt hoeft te worden. De katheter wordt steriel ingebracht, onder plaatselijke verdoving. Ook de verzorging ervan gebeurt steriel.
Centraal veneuze katheters zijn nodig om veel medicijnen op de IC veilig te kunnen toedienen, zoals catecholaminen (bijvoorbeeld noradrenaline). In sommige gevallen kan via een centrale katheter ook de druk in de bloedvaten worden gemeten. De katheter wordt steriel ingebracht, onder plaatselijke verdoving. Ook de verzorging ervan gebeurt steriel.
Een dialysekatheter is een centraal veneuze katheter met een grotere diameter dan andere katheters, waarmee de patiënt kan worden gedialyseerd. Hij heeft twee kanalen: een om het bloed af te zuigen en een tweede om het “schoongemaakte”, door de dialyse gezuiverde bloed weer terug te geven. Soms is er een derde kanaal om medicijnen toe te dienen. Een dialysekatheter wordt meestal in de hals geplaatst (in de halsader, “jugularis”) of in de lies (in de liesader, “femoralis”).
Extracorporele circulatie (in het Frans afgekort als CEC), ook wel ECMO genoemd, is een vorm van orgaanondersteuning die in extreme gevallen wordt ingezet.
Er bestaan twee soorten extracorporele circulatie: de ene neemt alleen de functie van falende longen over, de andere die van hart en longen samen.
De eerste vorm wordt gebruikt bij patiënten bij wie kunstmatige beademing via intubatie en een beademingsapparaat niet volstaat om het bloed voldoende zuurstof te geven.
Er worden dan twee zeer grote katheters (canules genoemd) in grote aders van de patiënt geplaatst (vaak in de liezen). Het bloed wordt met een pomp afgezogen en door een membraan geleid dat er zuurstof aan toevoegt en koolstofdioxide (CO2) uit verwijdert.
De tweede vorm wordt gebruikt bij ernstig hartfalen, of zelfs bij falen van hart en longen samen. De pomp van de machine neemt dan de functie van het hart volledig over, en zo nodig ook die van de longen. Eén canule wordt dan in een slagader geplaatst, de andere in een ader.
Extracorporele circulatie is een zeer ingrijpende (invasieve) behandeling met veel risico’s, waartoe niet lichtvaardig wordt besloten. Ze wordt meestal onder algehele narcose aangelegd, maar in zeer zeldzame gevallen kan dat onder plaatselijke verdoving.
Door de grootte van de canules blijven er vaak littekens achter op de plaatsen waar ze zijn ingebracht, en ook kleinere littekens op enkele plekken op het lichaam, waar de hechtingen zaten die deze levensreddende ondersteuning goed op zijn plaats hielden.
Meer lezen: het boek van Katia Ghanty, Les frottements du coeur.
De verpleegkar is een belangrijk meubelstuk op de IC-kamer. In de laden zit al het medische materiaal dat nodig is voor de meeste zorghandelingen: bloedafnames, verbandwissels, het toedienen van medicijnen. De kar wordt elke dag door de verpleegkundigen en zorgassistenten gecontroleerd en aangevuld, zodat hij altijd klaarstaat voor noodsituaties. Hij wordt regelmatig schoongemaakt, maar het blad moet heel schoon blijven omdat het voor de zorg wordt gebruikt. Leg er daarom liever geen spullen van buiten op en raak de kar niet aan met handen die niet helemaal schoon zijn.
Met “clinique” wordt in het Frans het werk aan het bed van de patiënt bedoeld. De chef de clinique is de specialist die toezicht houdt op dat klinische werk, dat wil zeggen op de zorg voor de patiënt. Binnen de unit werken de artsen in opleiding (aios) onder zijn of haar supervisie en verantwoordelijkheid. De chef de clinique coördineert het zorgteam van de unit en stelt voor elke patiënt de doelen voor die dag vast. De chef de clinique werkt zelf onder de verantwoordelijkheid van het afdelingshoofd.
Medisch gezien is shock een plotselinge, sterke daling van de bloeddruk.
Deze toestand kan snel ernstige gevolgen hebben voor de organen (nieren, longen, lever, enz.).
Er zijn verschillende soorten shock: septische shock, door een ernstige infectie; hemorragische shock, door groot bloedverlies; cardiogene shock, doordat het hart niet goed werkt; en ten slotte anafylactische shock, door een ernstige allergische reactie.
Hoe voelt het? Shock kan worden ervaren als een sterk gevoel van onwel worden: duizeligheid, het begin van bewustzijnsverlies (sterretjes zien, tijdelijk niets meer zien, oorsuizen enz.), rillingen, het erg koud hebben, moeite met praten, tot volledig bewustzijnsverlies als de shock verergert. Aan de buitenkant kunnen er vlekken (marmering) op de knieën verschijnen en kan de huid heel bleek worden.
Een anafylactische shock is een shock die wordt veroorzaakt door een overmatige allergische reactie.
Zie shock
Een cardiogene shock is een shock die wordt veroorzaakt door hartfalen.
Een hemorragische shock is een shock door zeer groot bloedverlies.
Een septische shock is een shock die wordt veroorzaakt door een ernstige infectie.
Zie shock, zie sepsis
Extracorporele circulatie wordt ook wel ECC (in het Frans CEC) of ECMO genoemd.
De verwarmde bevochtiger, in Franse ziekenhuizen soms “cocotte” genoemd, is een klein apparaat dat aan het beademingsapparaat wordt gekoppeld en het gasmengsel dat de patiënt krijgt toegediend bevochtigt en verwarmt. Lucht en medische zuurstof zijn namelijk droge gassen, die de luchtwegen kunnen irriteren of het slijm van de patiënt kunnen indikken. Daarom worden deze gassen bevochtigd, om complicaties te voorkomen en voor het comfort van de patiënt. De verwarmde bevochtiger kan bij elke vorm van toediening worden gebruikt: beademingsbuis, NIV-masker of de neuscanules van high-flow zuurstoftherapie.
Het volledige kunsthart is een machine voor biventriculaire ondersteuning (dat wil zeggen dat beide ventrikels, de onderste hartkamers, worden ondersteund), waarbij twee kunstmatige hartkamers worden geplaatst die de eigen hartkamers vervangen. Dit apparaat wordt geplaatst tijdens een zware operatie. Het is een nieuwe techniek die op dit moment uitsluitend binnen een onderzoeksprotocol wordt toegepast. De techniek wordt gebruikt in afwachting van een harttransplantatie.
Coma is een toestand van verminderd bewustzijn:
In coma kan de patiënt het kruispunt tussen de luchtwegen (naar de longen) en het spijsverteringskanaal (naar de maag) niet meer goed beschermen. Daarom moeten patiënten in coma worden geïntubeerd en kunstmatig worden beademd. Een patiënt in coma heeft extra intensieve bewaking nodig. We weten niet wat een patiënt in coma hoort, maar het lijkt erop dat de aanwezigheid en de stemmen van naasten in sommige gevallen worden herkend, ook al zal de patiënt zich dat later weinig of niet herinneren. De zorgverleners leggen de patiënt uit wat ze doen en waarschuwen voordat ze hem of haar aanraken. Praten tegen de patiënt doet hem of haar goed, dus aarzel niet om tegen uw naaste te praten.
Drinkvoeding bestaat uit drankjes of toetjes die rijk zijn aan energie en eiwitten, en soms ook aan vitamines en mineralen. Ze wordt voorgeschreven als iemand niet genoeg eet om in zijn of haar behoeften te voorzien, bijvoorbeeld na een ziekte of operatie, of tijdens een ziekenhuisopname.
Drinkvoeding helpt ondervoeding te voorkomen of te verhelpen. Ze vult de gewone voeding aan, maar vervangt die niet.
Het komt vaak voor dat patiënten die op de IC wakker zijn, min of meer verward, de weg kwijt of gedesoriënteerd zijn. Dit heet verwardheid of delier. Het kan komen door stress, infectie, medicijnen of vermoeidheid. Ook leeftijd is een belangrijke risicofactor. Het is goed om de patiënt regelmatig te helpen zich te oriënteren in plaats en tijd, door te herhalen waar hij of zij is en waarom, en welke dag en hoe laat het is. Patiënten de kamer uit laten gaan zodra hun gezondheid dat toelaat (een wandelingetje op de gang, of zelfs een rondje door het ziekenhuis) is een goede manier om de verwardheid korter te laten duren.
Door de verwardheid kan de patiënt zich anders gedragen dan normaal, of zelfs kwetsende dingen zeggen die helemaal niet bij zijn of haar persoonlijkheid passen. Dat kan voor naasten vreemd aanvoelen, en zelfs heel pijnlijk zijn als het gedrag erg afwijkt van hoe de patiënt normaal is. Neem gerust wat afstand en zorg ook goed voor uzelf: deze periode is meestal tijdelijk.
“Ik zit in een wolk, in een mist, ik zweef tussen verschillende werkelijkheden”, vertelt een patiënte.
Zie Delier
Op de IC is het vaak moeilijk om toestemming van de patiënt te krijgen, omdat hij of zij in coma ligt of een delier heeft. Het team probeert de waarden en wensen van de patiënt beter te begrijpen door met de verschillende teams te overleggen, en doet zijn best om voor alle zorg de instemming van de patiënt te krijgen. Soms maakt de neurologische toestand van de patiënt dat erg moeilijk; dan staat het belang van de patiënt voorop. Heeft u vragen over de zorg voor uw naaste? Aarzel dan niet om het zorgteam of de psycholoog aan te spreken.
Op de IC wordt fixatie toegepast om ongecontroleerde bewegingen te beperken bij patiënten met cognitieve stoornissen, bij onrust (agitatie), of gewoon bij patiënten die hun bewegingen moeilijk onder controle hebben.
Het komt namelijk vaak voor dat een patiënt in paniek een katheter of de neusmaagsonde uittrekt, of zelfs de beademingsbuis eruit trekt (zelfdetubatie). De zorgverleners moeten de handeling dan opnieuw uitvoeren, en dat brengt aanzienlijke risico’s met zich mee (infectie, ademnood, hartstilstand als een levensreddende ondersteuning wordt losgetrokken).
De fixatie wordt verwijderd zodra de patiënt laat zien dat hij of zij de situatie begrijpt en zichzelf niet in gevaar brengt. Dat is niet altijd makkelijk in te schatten; bij twijfel kan de fixatie daarom wat langer blijven, om de situatie niet in gevaar te brengen. Voor de patiënt kan gefixeerd zijn erg frustrerend of zelfs heel beangstigend zijn, en het kan bepaalde achtervolgingswanen versterken. Voor- en nadelen moeten daarom zorgvuldig worden afgewogen.
Soms kan de fixatie tijdelijk worden losgemaakt zolang er iemand in de kamer is die erop let dat de patiënt zich veilig beweegt. Daar moet de arts toestemming voor geven.
Corticosteroïden zijn krachtige ontstekingsremmende medicijnen die in het hele lichaam werken.
Sommige IC-patiënten kunnen hun lichaamstemperatuur moeilijk op peil houden. Dan kan het nodig zijn hen op te warmen met een “warmtedeken”. Dat is een soort dubbel laken dat met een klein apparaat wordt opgeblazen met warme lucht en direct op de patiënt, onder het laken, wordt gelegd. De temperatuur is instelbaar en kan worden aangepast aan wat de patiënt nodig heeft.
Spierverslappers (curare-achtige middelen) zijn medicijnen die de spieren tijdelijk verlammen, ook de spieren die nodig zijn om te ademen. Omdat ze pijn en bewustzijn niet onderdrukken, worden ze samen met slaapmiddelen en pijnstillers gegeven. Op de IC worden ze in bepaalde ernstige situaties gebruikt om de kunstmatige beademing te vergemakkelijken.
Men spreekt van “decompensatie” wanneer de klachten van een chronische ziekte die goed onder controle was (dat wil zeggen: stabiel met behandeling) plotseling verergeren, meestal door een gebeurtenis zoals een virus, een infectie, het stoppen met de medicijnen, enz.
De behandeling moet daarom de oorzaak van de decompensatie aanpakken en tegelijk de functie van het chronisch zieke orgaan ondersteunen.
Buikligging heet in het Frans “décubitus ventral”, afgekort “D.V.”
Het Franse woord “décubitus” betekent liggen. Bij buikligging worden patiënten op hun buik gelegd. Deze techniek is vooral nuttig bij ernstig ademhalingsfalen, omdat de gaswisseling (hoe goed de ademhaling werkt) erdoor verbetert. Ze kan worden toegepast bij patiënten die bij bewustzijn en niet geïntubeerd zijn, om te proberen intubatie te voorkomen, of bij de ernstigst zieke patiënten, onder sedatie.
Men spreekt ook van zijligging wanneer patiënten op hun zij worden gelegd, ook dan meestal om de ademhaling te bevorderen. Zijligging wordt op de IC ook gebruikt om drukpunten te ontlasten en een doorligwond te voorkomen of te behandelen.
Sommige patiënten herinneren zich vaag dat ze tijdens hun coma op hun buik zijn gelegd; ze verbinden dat gevoel met de indruk dat ze in een tapijt werden gerold.
Voor naasten kan het soms schrikken zijn: vlak nadat de patiënt weer op de rug is gedraaid, kan het gezicht erg opgezwollen zijn, een beetje zoals bij een bokser. Dat komt simpelweg doordat het vocht (oedeem) dat normaal aan de achterkant van het hoofd zit, verborgen door het haar en het kussen, door de zwaartekracht naar het gezicht is gezakt. Dit trekt binnen enkele uren weer weg, en met ijskoude kompressen kan dat sneller gaan.
Zie oedeem
Bij multiorgaanfalen zijn meerdere vitale organen tegelijk aangetast, zoals de longen, de nieren, het hart of de hersenen. Deze zeer ernstige complicatie is meestal een kettingreactie. De behandeling op de IC is er dan op gericht de vitale functies te ondersteunen tot het lichaam herstelt, en de gevolgen zo veel mogelijk te beperken.
Een delier is een bijzondere toestand van de hersenen waarbij de patiënt gedesoriënteerd kan zijn (niet meer weten waar hij of zij is, geen besef van tijd meer hebben), en soms zelfs hallucinaties heeft. Een delier komt vaak voor op de IC. Het is een gevolg van de zware belasting door de acute ziekte en kan worden uitgelokt door een ernstige infectie, medicijnen, slaapproblemen enz. Het kan zich uiten in grote onrust, maar soms ook in volledig zwijgen (de patiënt is heel rustig en bij bewustzijn, maar zegt niets en reageert niet als hij of zij wordt aangesproken).
Om een delier tegen te gaan is het belangrijk om het dag-nachtritme duidelijk aan te houden, rust in de nacht en activiteit overdag te stimuleren, en de patiënt te helpen zich te oriënteren: gebruik een klok, herinner hem of haar eraan waar hij of zij is en waarom, enz.
Zie de pagina Beleving van de patiënt
Na een IC-opname kan een depressie volgen. Ook mantelzorgers of naasten kunnen een depressie krijgen. Dat komt zelfs vrij vaak voor: naar schatting kan het zowel bij patiënten als bij naasten zo’n 30% treffen. Het is een reactie op de intense stress die is doorgemaakt, en het is belangrijk die serieus te nemen.
Zoals bij elke ziekte is niemand schuld aan deze toestand, die zwaar is voor de persoon zelf en voor de mensen om hem of haar heen. Wilskracht alleen is niet genoeg om te genezen, en een depressie is beter te behandelen naarmate er eerder deskundige hulp komt (psychiater, erkend psycholoog). Behandeling met medicijnen en verschillende vormen van therapie zijn mogelijk: de professionals kunnen u begeleiden met een behandeling op maat. Vroeg hulp zoeken is des te belangrijker omdat zo ook een terugval kan worden beperkt of zelfs voorkomen.
Ook wel nierfunctievervangende therapie genoemd.
Een techniek waarbij het bloed met behulp van een katheter, een filter (kunstnier) en een pomp, samengebracht in een grote machine, wordt gereinigd van giftige afvalstoffen die zich ophopen als de nieren slecht werken, of in bepaalde kritieke situaties. Zogenoemde intermitterende dialyses kunnen afhankelijk van de reden 2 tot 8 uur duren. In sommige gevallen wordt op de IC continue dialyse toegepast: die kan meerdere dagen duren en kan worden voortgezet wanneer de gebruiksduur van het filter (kunstnier) is verstreken.
Een patiënt die bij bewustzijn is, kan het tijdens de dialyse koud hebben. Vraag het gerust en dek hem of haar zo nodig toe. Andere klachten, zoals hoofdpijn, komen minder vaak voor; meld die gerust aan het zorgteam.
Het dialyseapparaat staat meestal naast het bed. U ziet het bloed door de slangen stromen op het ritme van de pomp, die een zacht achtergrondgeluid kan maken.
Diëtisten worden ingeschakeld om ervoor te zorgen dat patiënten de voeding krijgen die past bij hun specifieke behoeften. Ze komen regelmatig langs op de IC-afdelingen om de voeding van patiënten zo goed mogelijk af te stemmen, of ze nu geïntubeerd zijn en in coma liggen, of bij bewustzijn en zelfstandig zijn. Voeding is een sleutelfactor voor het herstel van patiënten en mag niet aan het toeval worden overgelaten.
Een wilsverklaring (directives anticipées) is een document dat de patiënt van tevoren opstelt en waarin hij of zij zijn of haar wensen vastlegt voor het geval hij of zij later niet meer in staat is zijn of haar mening te geven.
Een wilsverklaring kan op gewoon papier worden geschreven, of met een kant-en-klaar formulier, zoals dat van de Société de Réanimation de Langue Française (de Franstalige vereniging voor intensive care): hier te vinden
Diuretica (plaspillen) zijn medicijnen die ervoor zorgen dat de nieren meer water en zout afvoeren. Ze worden onder meer gebruikt bij een teveel aan vocht in het lichaam, zoals bij sommige vormen van hart- of nierfalen.
Orgaandonatie is in Frankrijk in bepaalde situaties mogelijk, met name nadat hersendood is vastgesteld of na een besluit om de behandeling te beperken of te staken (het wettelijke kader dat Maastricht III wordt genoemd). Alle organen en bepaalde weefsels kunnen in aanmerking komen. In Frankrijk wordt standaard iedereen als donor beschouwd. U kunt zich inschrijven in het nationale weigeringsregister (registre national des refus) om uw keuze duidelijk vast te leggen. Erover praten met uw naasten, of gewoon een donorkaart bij u dragen, kan moeilijke beslissingen voorkomen als het zover komt.
Zie de pagina Orgaandonatie
Een drain is een soepel slangetje dat in het lichaam wordt geplaatst om bloed, lucht of vocht af te voeren dat de wondgenezing of de goede werking van een orgaan zou kunnen belemmeren. Afhankelijk van de plaats spreekt men van een thoraxdrain, pleuradrain, buikdrain, pericarddrain, enz.
Dysfagie, ofwel een slikstoornis, kan het gevolg zijn van een lange periode waarin de slikspieren niet zijn gebruikt, of van een neurologische aandoening. Door de verzwakte spieren lukt het slikken niet goed en kan een deel van het eten in de luchtwegen terechtkomen. Dit heet “verslikken”: het uit zich in hoesten tijdens het eten en kan leiden tot longinfecties. Afhankelijk van de aandoening kan iemand zich verslikken in vast voedsel en/of in vloeistoffen.
Denk aan een slikstoornis als de patiënt steeds hoest bij het eten of drinken. Stop dan met de maaltijd en waarschuw het zorgteam. Een KNO-arts, logopedist of fysiotherapeut kan het slikken onderzoeken, en er kunnen maatregelen worden genomen: aangepaste voeding, aanvullende sondevoeding, revalidatie.
Echografie is niet alleen voor zwangerschappen!
Het is een onderzoek waarmee de bouw en de werking van bepaalde organen kunnen worden bekeken. Een echo kan uitwendig of inwendig zijn:
– Bij een uitwendige echo houdt de arts een sonde (transducer) tegen de huid ter hoogte van het orgaan dat hij of zij wil bekijken. Deze sonde zendt ultrageluid uit dat door de weefsels gaat en als echo wordt teruggekaatst. Het is een vrij snel en pijnloos onderzoek dat aan het bed van de patiënt wordt gedaan.
– Bij een inwendige echo wordt de sonde in een natuurlijke lichaamsopening ingebracht om dichter bij het te onderzoeken orgaan te komen. Soms is een uitwendige echo van het hart (transthoracale echo) bijvoorbeeld niet voldoende om de gewenste structuren goed te zien. De arts doet dan een slokdarmecho (transoesofageale echo): de echosonde wordt via de mond tot in de slokdarm gebracht, om dichter bij het hart te komen.
ECMO staat voor Extra Corporeal Membrane Oxygenation; het is een vorm van extracorporele circulatie.
Er bestaan twee soorten extracorporele circulatie (ECC): de ene neemt alleen de functie van falende longen over (VV-ECMO), de andere die van hart en longen samen (VA-ECMO).
Elektroden zijn de kleine sensoren die op de borst van de patiënt worden geplakt en waarmee de elektrische activiteit van het hart wordt gemeten. Meestal zijn het kleine plakkers met in het midden een soort metalen drukknoopje, waarmee ze worden aangesloten op de kabels van de monitor: het scherm dat de curves laat zien, waaronder het hartfilmpje (ecg).
Sommige patiënten houden nog een tijdje afdrukken van de elektroden op de huid: als de plakker lang heeft gezeten, of als de elektroden meerdere keren op dezelfde plek zijn geplakt, gaat de huid eronder schilferen. Deze plekjes verdwijnen vanzelf na verloop van tijd en na een aantal keer douchen. Een goede scrub van de huid kan dat versnellen.
Laat de lijm grijze plakresten op de huid achter? Dan kunt u bij de apotheek ook een speciale lijmverwijderaar kopen om die te laten verdwijnen.
Ook bij een eeg (hersenfilmpje) spreekt men van elektroden. Die zien er wat anders uit en worden op het hoofd bevestigd met een geleidende pasta en een soort grijzige kit die er met shampoo weer uitgaat.
Een patiënt die slaapt, of die wakker is maar een ernstige spierzwakte heeft, heeft geen controle meer over het plassen en de ontlasting. Voor de urine wordt meestal een blaaskatheter geplaatst. Voor de ontlasting worden onderleggers onder de billen gelegd, zodat de lakens niet nat of vuil worden en de patiënt zo nodig kan worden verschoond zonder het hele bed opnieuw op te maken. Patiënten die daartoe in staat zijn, plassen in een po (bedpan). Om verstopping en een overvolle darm te voorkomen, kunnen patiënten een laxerende gel krijgen. Bij verstopping die niet overgaat met laxeermiddelen via de mond, geven de zorgverleners soms een klysma: een noodzakelijke handeling die voor de patiënt soms gênant is, maar niet per se onaangenaam.
Bij een longembolie raakt een slagader in de longen verstopt, meestal door een bloedstolsel (trombose).
Een longembolie kan plotselinge kortademigheid, pijn op de borst of een daling van het zuurstofgehalte in het bloed veroorzaken. Ernstige vormen kunnen de werking van het hart in gevaar brengen.
Voor naasten is de IC vaak een emotionele achtbaan, omdat het onzeker is hoe het met de patiënt zal aflopen.
Na de IC vertellen patiënten vaak dat hun emoties een tijdlang (dat verschilt per persoon) veel sterker zijn, zowel de positieve als de negatieve.
Deze sterke emotionele golven kunnen naasten in verwarring brengen en patiënten kwetsbaar maken: ze hebben het gevoel intenser te leven, maar ook meer te lijden.
Deze toestand is tijdelijk en wordt na verloop van tijd weer normaal. Psychologische begeleiding kan helpen om met te heftige negatieve emoties om te gaan.
“Endo-” betekent “binnenin” en “-scopie” betekent “kijken”. Het woord endoscopie omvat alle onderzoeken waarbij met een slang met een camera in het lichaam wordt gekeken. Voor de duidelijkheid wordt meestal het onderzochte orgaan vermeld: bijvoorbeeld bronchoscopie (endoscopie van de luchtwegen) voor de bronchiën, of gastroscopie voor de maag. Zie fiberscopie.
Ergotherapie is een paramedisch vakgebied dat de omgeving en voorwerpen aanpast om de zelfstandigheid of de bewegingen van de patiënt te verbeteren, afgestemd op zijn of haar beperking (tijdelijk of langduriger).
Bijvoorbeeld: een antislipmatje op het tafeltje leggen zodat de telefoon of de speaker niet wegglijdt, een kussen op maat maken voor het hoofd bij een doorligwond op het achterhoofd, de belknop aanpassen zodat ook een heel zwakke patiënt hem kan gebruiken, het bed zo inrichten dat bepaalde bewegingen zelfstandig makkelijker gaan, enz.
Doorligwonden zijn huidwonden die ontstaan door langdurig in bed liggen. Bedrust en stilliggen zijn nodig voor de veiligheid van de IC-patiënt, maar kunnen gevolgen hebben. Een daarvan zijn doorligwonden. Die ontstaan door de druk op de huid tussen uitstekende botten en de matras, op de zogenoemde drukpunten: hielen, stuitje (heiligbeen), achterhoofd, schouderbladen.
Om doorligwonden te voorkomen leggen de verpleegkundigen en zorgassistenten de patiënten regelmatig anders neer, zodat de druk steeds op andere plekken komt. Ze masseren de drukpunten zachtjes (achterhoofd, rug, stuitje, ellebogen en hielen) en zorgen ervoor dat de patiënten voldoende voeding krijgen. U kunt helpen doorligwonden te voorkomen door uw naaste zachtjes te masseren op de plekken waar u goed bij kunt, vooral de ellebogen en hielen.
Een doorligwond geneest moeizaam en kan blijvende gevolgen hebben, voor het uiterlijk en voor het functioneren, die het herstel soms belemmeren. De verzorging is soms pijnlijk, en als de wond erg diep is, zijn heel specifieke verbanden nodig. Doorligwonden hebben ook een kenmerkende geur, die de patiënt kan hinderen. Geurige oliën verspreiden in de kamer tijdens het verbinden kan daarbij helpen.
Blijft u na de IC-opname veel last houden? Dan is het zinvol om een arts te raadplegen: soms kan een herstellende (plastische) operatie worden aangeboden.
Bij een status epilepticus is er sprake van een langdurige epileptische aanval, of van herhaalde aanvallen waarbij de patiënt tussendoor niet meer bij bewustzijn komt. Dit kan de werking van de hersenen sterk verstoren en de ademhaling of andere vitale functies in gevaar brengen.
Als de patiënt weer zelfstandig kan ademen, wordt hij of zij gedetubeerd: de beademingsbuis wordt verwijderd. Dat is voor de patiënt een wat spannend en niet zo prettig moment, maar ook een belangrijk moment, dat het einde van de acute fase markeert.
NB: als de behandeling niet aanslaat en de behandeling wordt gestaakt, kan de patiënt ook worden gedetubeerd, zodat hij of zij de laatste momenten kan doorbrengen zonder medische hulpmiddelen.
Het lijkt onschuldig, maar uit bed in de stoel gaan zitten is voor een IC-patiënt vaak een bovenmenselijke inspanning. Toch is het nodig: om weer te wennen aan rechtop zitten, om de rug- en buikspieren weer op te bouwen, voor een goede stoelgang (liggen bevordert verstopping) en om het slijm goed uit de luchtwegen te laten afvloeien. Het is een therapie voor het hele lichaam, die vaak tot kleine conflicten leidt met de patiënt, die moeilijk begrijpt waarom zulke inspanningen in zijn of haar toestand nodig zijn en liever zou uitrusten!
Zie spierafbraak
Een fiberscopie is een veelvoorkomend aanvullend onderzoek op de IC. Daarbij wordt de binnenkant van het lichaam bekeken met een endoscoop met glasvezel. De endoscoop, of fiberscoop, bestaat uit een soepele slang van enkele millimeters doorsnede waarin een glasvezel zit. Aan een van de uiteinden zit een lichtbron. Sommige endoscopen hebben een minicamera en zijn aangesloten op een beeldscherm. Ze kunnen voorzien zijn van tangetjes om weefsel af te nemen voor onderzoek in het laboratorium. Met een bedieningssysteem kan de slang in het lichaam worden gestuurd.
Zie Endoscopie.
Door de gedwongen bedrust gaan de spieren achteruit. Dat spierverlies kan indrukwekkend zijn wanneer de IC-opname lang duurt: sommige patiënten verliezen tientallen kilo’s. Het herwinnen van de zelfstandigheid duurt daardoor des te langer. Daarom beginnen fysiotherapeuten en verpleegkundigen er al vroeg mee om dit tegen te gaan: zij brengen de patiënt in beweging zodra hij dat aankan.
Het spierverlies kan behoorlijk schokkend zijn op het moment dat de patiënt voor het eerst beseft hoe groot het is: bij het wassen, als hij zijn benen ziet, of wanneer hij langs een spiegel komt. Het betekent ook dat alles opnieuw geleerd moet worden en dat elke spier weer opgebouwd moet worden: het middenrif en de tussenribspieren om zelfstandig te ademen, de rugspieren om simpelweg rechtop in een stoel te kunnen zitten, de beenspieren om weer te lopen…
Dat kost tijd, maar het komt terug!
’s Nachts, in het weekend en op feestdagen gaat de zorg op de IC gewoon door: deze periodes worden “diensten” genoemd. Om de zorg en een optimale continue bewaking te garanderen, zijn er overdag en ’s nachts, doordeweeks en op feestdagen meestal evenveel verpleegkundigen en zorgassistenten aanwezig. Artsen lossen elkaar daarentegen af en zijn tijdens de diensten met minder. In deze periodes gaan de ernstigst zieke patiënten en spoedsituaties dus voor. Artsen hebben dan minder tijd voor gesprekken of lopende zaken; die kunnen beter overdag worden afgehandeld.
Een percutane endoscopische gastrostomie (PEG) is een medische techniek waarbij een sonde (voedingsslang) via de huid rechtstreeks in de maag wordt geplaatst. Via deze sonde kunnen sondevoeding of medicijnen worden gegeven wanneer iemand niet meer normaal via de mond kan eten.
De ingreep gebeurt met behulp van een dun slangetje met een camera (de endoscoop) dat via de mond wordt ingebracht. Zo kan de sonde nauwkeurig worden geplaatst.
Een PEG-sonde is meestal tijdelijk en kan voor de patiënt comfortabeler zijn dan een maagsonde die via de neus loopt. Daar staat natuurlijk een infectierisico tegenover.
Is de sonde eenmaal geplaatst, dan is de verzorging ervan eenvoudig. De sonde kan worden verwijderd zodra de patiënt weer zonder risico zelf kan slikken, eten en drinken.
Een “bloedgas” (bloedgasanalyse) is een laboratoriumonderzoek waarvoor arterieel of veneus bloed wordt afgenomen, afhankelijk van wat men wil meten. Meestal is bloed uit een slagader nodig. Dat wordt afgenomen aan de binnenkant van de pols, op de plek waar u de hartslag voelt.
Deze bloedafname is bijzonder pijnlijk, omdat de wand van de slagaders veel zenuwen bevat. Daarom kan het zinvol zijn een arterielijn te plaatsen: zo is er continu toegang tot arterieel bloed, zonder dat er steeds opnieuw geprikt hoeft te worden. Bloedgassen worden vaak bepaald bij ademhalingsfalen (respiratoire insufficiëntie), maar ook bij shock. Men controleert dan het zuurstof- en het koolzuurgehalte (koolstofdioxide) in het bloed, maar ook de zuurgraad van het bloed (pH).
Om de pijn te beperken (maar niet altijd helemaal weg te nemen) kan het helpen om ruim van tevoren (minstens 2 uur vóór de prik) een lidocaïnepleister aan te brengen. Dat is alleen niet altijd mogelijk wanneer de bloedafname met spoed nodig is.
Handhygiëne is cruciaal op de IC en in het ziekenhuis in het algemeen (… en ook in het dagelijks leven!). De meeste ziekten worden namelijk via de handen overgedragen. Omdat IC-patiënten bijzonder kwetsbaar zijn, wordt aangeraden de handen te reinigen vóór elk contact met de patiënt zelf, met zijn spullen en met de apparatuur in de kamer, maar ook tussen twee mogelijk besmettelijke contacten in, en bij het verlaten van de kamer, zodat u geen ziektekiemen mee naar buiten neemt. U kunt uw handen niet te vaak reinigen!!
Handalcohol (ook wel handgel of alcoholische handdesinfectie genoemd; Franse zorgverleners spreken van “SHA”, uitgesproken als “sja”) is een gel met alcohol waarmee u uw handen kunt “wassen”, of beter gezegd: ontdoen van ziektekiemen, zonder water. U wrijft uw handen eenvoudigweg in met het middel. Dat werkt alleen bij handen die er schoon uitzien! Zijn ze zichtbaar vuil, dan moet u ze altijd wassen met water en zeep.
Om handalcohol goed te gebruiken, moet u overal komen: tussen de vingers, op de rug van de hand, in de handpalm, op de vingertoppen en op de polsen.
Een demonstratie van de juiste manier van handen wassen en inwrijven met handalcohol vindt u op de pagina Een patiënt bezoeken
De bloedglucose is de hoeveelheid suiker in het bloed.
Met een bloedglucosemeter wordt de suiker in het bloed van patiënten gemeten. Met een heel fijn naaldje wordt in de vingertop of het oorlelletje geprikt om een druppel bloed te krijgen. Die druppel wordt op een teststrip in het apparaat aangebracht. Het apparaat geeft dan een waarde waarmee de bloedsuiker van de patiënt kan worden gevolgd.
Dat is belangrijk om te controleren of de patiënt genoeg suikers krijgt om de energie te produceren die de organen nodig hebben om hun werk te doen. Bij diabetes (omdat de patiënt diabetes heeft, of omdat bepaalde medicijnen een toestand veroorzaken die op diabetes lijkt) kan een behandeling worden gegeven om de bloedsuiker in balans te brengen.
Een nierbekken is een klein wegwerpbakje van karton waarin zo nodig allerlei vocht wordt opgevangen: braaksel, speeksel, slijm.
Zorgverleners gebruiken het ook als een klein dienblad om hun zorghandelingen voor te bereiden. Een handig voorwerp voor van alles en nog wat!
De HeartMate is een vorm van hartondersteuning voor één hartkamer (univentriculair): een pomp zuigt het bloed aan uit de linkerkamer (een van de holtes van het hart) en pompt het in de aorta (de grote slagader die uit het hart komt en het bloed naar de organen stuurt). Dit apparaat kan tijdelijk worden geplaatst, in afwachting van revalidatie en herstel met het oog op een latere harttransplantatie, of definitief. Met dit apparaat kan men meer dan 10 jaar leven. De patiënt moet antistollingsmiddelen (bloedverdunners) gebruiken, en het apparaat krijgt stroom van externe batterijen. Die zijn erop aangesloten met een kabel die ter hoogte van de buik uit het lichaam komt.
Bloedkweken zijn bloedafnames waarmee kan worden aangetoond of er bacteriën in het bloed zitten. Het bloed wordt rechtstreeks afgenomen in grote buizen met een “voedingsbodem”: een vloeistof waarin de gezochte bacteriën zich goed kunnen vermenigvuldigen. Het kan enkele dagen duren voordat de uitslag van de bloedkweken bekend is: dat is de kweekperiode.
Bloedkweken worden afgenomen in grote flesjes met gekleurde doppen. Dat kan indrukwekkend lijken, maar ze worden niet tot de rand gevuld!
Een bloeding is een groot verlies van bloed, uitwendig (en dus zichtbaar) of inwendig. Bij een ernstige bloeding kunnen de organen niet meer goed van zuurstof worden voorzien. De behandeling hangt af van de oorzaak; soms zijn bloedtransfusies, een operatie of specifieke medicijnen nodig.
De klok is vaak de beste vijand van de patiënt… Hij is nodig om weer houvast te krijgen in de werkelijkheid, te merken dat de tijd verstrijkt en beetje bij beetje weer besef van tijd te krijgen. Maar hij is ook getuige van de tijd die in moeilijke momenten niet snel genoeg voorbijgaat. Een klok hoort onmisbaar bij een IC-kamer, maar zorgt soms ook voor zijn portie ergernis en frustratie.
De verwarmde bevochtiger, in Frankrijk soms ook “cocotte” genoemd, is een klein apparaat dat aan het beademingsapparaat wordt gekoppeld en het gasmengsel dat de patiënt krijgt toegediend bevochtigt en verwarmt: lucht en medische zuurstof zijn namelijk droge gassen, die de luchtwegen kunnen irriteren of het slijm van de patiënt kunnen indrogen. Daarom worden deze gassen bevochtigd, om complicaties te voorkomen en voor het comfort van de patiënt. De verwarmde bevochtiger kan worden gebruikt bij elke manier van toedienen: een beademingsbuis, een NIV-masker of de neuscanules van high-flow zuurstoftherapie.
Hypnotica zijn medicijnen die de activiteit van het centrale zenuwstelsel verminderen. Afhankelijk van het middel en de dosis kunnen ze angst verminderen, het slapen bevorderen of, op de IC, het bewustzijn verlagen tot zelfs een kunstmatig coma, zodat de patiënt de behandeling (beademing, invasieve ingrepen) beter verdraagt. Bij het gebruik ervan is nauwlettende bewaking nodig.
Bij bepaalde aandoeningen kan de patiënt in hypothermie worden gebracht: het lichaam wordt dan afgekoeld tot onder 36 graden, soms tot 34 graden. Deze behandeling helpt de hersencellen te beschermen.
Hiervoor bestaan verschillende technieken. “Ouderwets”: het lichaam van de patiënt wordt gekoeld door een emmer ijs voor een ventilator aan het voeteneind van het bed te zetten en met een laken een tunnel te maken. Dat noemt men de “ijstunnel”. Er zijn ook apparaten die het lichaam koelen met grote zelfklevende pads die op de dijen en de borst van de patiënt worden geplakt en waar een ijskoude vloeistof doorheen stroomt.
Waar mogelijk wordt de patiënt weer opgewarmd tot 36° voordat hij uit de slaap wordt gehaald. Maar het kan gebeuren dat de patiënt sneller wakker wordt dan verwacht, of dat het koelapparaat bij een infectie blijft doorwerken. Dat kan heel onaangenaam zijn: bij het ontwaken voelt het alsof u in een ijskoud bad bent ondergedompeld.
Iatrogeen slaat op alle klachten of complicaties die worden veroorzaakt door een medische behandeling of een medicijn: men spreekt dan van iatrogene complicaties. IC-teams doen er alles aan om iatrogene schade te beperken. Maar hoe meer behandelingen en zorghandelingen er nodig zijn en hoe kwetsbaarder de patiënt is, hoe groter het risico op complicaties.
Een patiënt die slaapt, of die wakker is maar ernstige spierzwakte heeft, heeft geen controle meer over urine en ontlasting en kan incontinent zijn. Voor de urine wordt meestal een blaaskatheter geplaatst. Voor de ontlasting worden onderleggers onder de billen gelegd, zodat de lakens niet nat of vuil worden en de onderlegger zo nodig verschoond kan worden zonder het hele bed opnieuw op te maken. De kwetsbare toestand van de patiënt, de sondevoeding en bepaalde medicijnen kunnen hevige diarree veroorzaken. Het zorgteam doet zijn best om deze episodes onder controle te houden en de patiënt op elk moment zo schoon mogelijk te houden, maar soms is er sprake van voortdurend verlies van ontlasting.
Patiënten die bij bewustzijn zijn, kunnen dit als heel gênant en moeilijk ervaren en het zien als een aantasting van hun waardigheid. Maar zorgverleners weten heel goed dat dit bij het leven hoort, en zelfs noodzakelijk is om te leven!
Bij een hartinfarct (myocardinfarct) raakt een slagader die het hart van bloed voorziet afgesloten. Een hartinfarct kan ernstige gevolgen hebben voor het hart en daarmee voor het hele lichaam.
Ziekenhuisinfecties (nosocomiale infecties) zijn infecties die in het ziekenhuis worden opgelopen. Op de IC treffen ze, ondanks de voortdurende aandacht voor hygiëne, gemiddeld 1 op de 5 patiënten. Dat komt door hun grote kwetsbaarheid en door de invasieve technieken die nodig zijn om hen in leven te houden.
Inotropica zijn medicijnen die de knijpkracht van het hart versterken. Ze worden gebruikt wanneer het hart niet meer genoeg bloed kan rondpompen om in de behoeften van het lichaam te voorzien.
Men spreekt van hartfalen wanneer het hart minder goed in staat is om genoeg bloed rond te pompen voor de behoeften van het lichaam. Afhankelijk van de ernst kan dit leiden tot flinke kortademigheid, extreme vermoeidheid, zwelling (oedeem) door ophoping van vocht en ernstigere complicaties met gevolgen voor alle organen, vooral de nieren.
Bij acuut nierfalen gaan de nieren plotseling minder goed werken. Ze kunnen de afvalstoffen en het overtollige vocht dan niet meer goed uit het bloed verwijderen. Dit kan komen door een infectie, uitdroging, een sterke daling van de bloeddruk, bepaalde medicijnen of een ernstige ziekte. Afhankelijk van de ernst kunnen nauwlettende bewaking, specifieke behandelingen of soms tijdelijke dialyse nodig zijn.
Internes zijn jonge artsen in opleiding tot specialist die het vergelijkend examen voor de specialistische opleiding (concours de l’internat) hebben gehaald, aan het eind van het 6e studiejaar. Zij mogen voorschrijven onder verantwoordelijkheid van de chef de clinique (specialist). Ze zijn veel aanwezig op de afdeling en zullen voor u belangrijke aanspreekpunten zijn.
Intubatie is een medische handeling waarbij een buis via de mond of de neus in de luchtpijp van een verdoofde patiënt wordt geplaatst om hem te beademen (zuurstof toedienen om hem te helpen ademen). Detubatie (extubatie) is het verwijderen van deze buis.
De ingebrachte buis loopt richting de longen. Voor de patiënt kan dit onaangenaam aanvoelen, met het vreemde gevoel dat er iets in de keel vastzit. Zie beademingsbuis
De bestrijding van ziekenhuisinfecties staat in het ziekenhuis centraal. Een van de maatregelen om de verspreiding van ziektekiemen te beperken, is isolatie. Die kan bedoeld zijn om de meest kwetsbare patiënten te beschermen tegen de ziektekiemen die van nature bij ieder van ons aanwezig zijn, of om bezoekers en andere patiënten te beschermen tegen een multiresistente bacterie die een patiënt bij zich draagt. De maatregelen die u moet nemen, staan meestal op de deur van de kamer aangegeven.
Voor de patiënt betekent dit meer eenzaamheid: het bezoek is vaak beperkt, zorgverleners bundelen hun zorghandelingen om het risico op overdracht van de ene naar de andere patiënt te beperken, en bezoekers moeten de voorgeschreven beschermingsmiddelen dragen, afhankelijk van het soort isolatie. Voor patiënten die bij bewustzijn zijn, kan steun via digitale middelen waardevol zijn. Maar sommigen waarderen ook de rust en de mogelijkheid om eindelijk uit te rusten!
MRI of magnetic resonance imaging (in het Frans IRM): dit is een niet-invasief beeldvormend onderzoek waarmee de inwendige structuren van het menselijk lichaam heel gedetailleerd zichtbaar worden. De patiënt gaat in het midden van een apparaat dat elektromagnetische golven uitzendt. De wachttijden voor een MRI zijn vaak lang. Vanwege de techniek met elektromagnetische golven is een MRI niet toegestaan (gecontra-indiceerd) als de patiënt metalen of elektronische materialen in het lichaam heeft (pacemaker, prothese, enz.)
Voor dit onderzoek moet de patiënt de IC verlaten. Dat kan stressvol zijn voor een patiënt die erg kwetsbaar is, maar de benodigde apparatuur gaat met de patiënt mee en zorgverleners begeleiden hem tijdens het hele transport. Dat stelt gerust en zorgt voor veiligheid.
Bij het onderzoek zelf wordt de patiënt in de tunnel van het apparaat geschoven, waarbij een hard, herhalend geluid te horen is. Voor sommige mensen, en afhankelijk van het lichaamsdeel dat wordt onderzocht, kan dit behoorlijk beangstigend zijn: gaat het bijvoorbeeld om het bovenlichaam of het hoofd, dan kan men een benauwd en claustrofobisch gevoel krijgen. De zorgverleners zitten vlak achter het glas, zijn voortdurend aanwezig en horen via microfoons alles wat de patiënt zegt: aarzel niet om te roepen als de angst te groot wordt.
Fysiotherapeuten spelen een grote rol op de IC. Ze komen dagelijks bij de patiënten om de gewrichten soepel te houden en de spieren te laten werken. Ook bij het ontwennen van de kunstmatige beademing en bij het revalideren van alle spieren is hun rol heel belangrijk.
Fysiotherapie is een paramedische discipline die gericht is op het herstel van het lichaam. Op de IC is fysiotherapie erop gericht de ademhaling van de patiënt te verbeteren (de luchtwegen vrijmaken van slijm, geleidelijk ontwennen van de mechanische beademing), de beweeglijkheid van de gewrichten te behouden ondanks de immobiliteit van de patiënt, en de spieren van de patiënt geleidelijk weer op te bouwen.
Voor een patiënt die wakker is, is het een lichamelijke en psychische inspanning, soms uitputtend en duizelingwekkend. Gewoon even in de stoel gaan zitten voelt als het beklimmen van de Mount Everest! Stap voor stap krijgt de patiënt weer zelf de regie over zijn bewegingen. De eerste vooruitgang komt vrij snel, en dat motiveert, want het is een teken dat het ontslag dichterbij komt. Na het ontslag blijft fysiotherapie voor patiënten na de IC vaak een langdurige vorm van begeleiding.
Het tubebandje, of eenvoudig gezegd het “koordje”, is een soort lint dat om de beademingsbuis wordt geknoopt en rond het gezicht loopt om de buis op de juiste diepte te houden. Deze bevestiging en de diepte van de buis worden zo vaak als nodig gecontroleerd en het bandje wordt zo vaak als nodig vervangen, zodat het schoon en strak blijft.
Bij een tracheotomie wordt het bandje vervangen door een fixatieband van schuimrubber.
Bij patiënten die niet zelf kunnen bewegen, gebruiken zorgverleners een tillift om de patiënt met al zijn apparatuur op te tillen en te verplaatsen. De uitdaging is dan niet meer het optillen van de patiënt, maar het ordenen van alle slangen en kabels om knopen te voorkomen! Tilliften worden soms ook gebruikt om patiënten te wegen. Het kunnen kleine verrijdbare apparaten zijn, of systemen die in de kamer zijn ingebouwd.
Wanneer een patiënt geen baat zal hebben bij bepaalde behandelingen, of geen baat meer heeft bij de behandelingen die zijn ingezet, kan worden besloten deze behandelingen niet te starten of te stoppen. Zo worden het ongemak, de pijn en de angst die ze veroorzaken zoveel mogelijk beperkt. Sinds 2004, en recenter in 2016, regelen de Franse wet-Leonetti en wet-Claeys-Leonetti de zogeheten beslissingen tot “beperken en staken van de behandeling” (limitation et arrêt des traitements, LAT). Deze beslissingen worden genomen in overleg met het hele zorgteam en een externe consulent, rekening houdend met de wensen die de patiënt heeft uitgesproken. De naasten worden er nauwkeurig over geïnformeerd. De beslissingen worden elke dag opnieuw beoordeeld, afhankelijk van hoe de toestand van de patiënt zich ontwikkelt. Het stoppen van bepaalde behandelingen die het leven kunstmatig in stand houden, kan het overlijden bespoedigen. In dat geval zet het zorgteam palliatieve zorg in. De Franse wet staat sinds 2016 onder meer “diepe en continue sedatie tot aan het overlijden” toe (sédation profonde et continue jusqu’au décès), zodat het levenseinde voor deze patiënten zo comfortabel mogelijk kan verlopen.
Het IC-bed is een echt preventiemiddel en een apparaat dat met zorg moet worden bediend. Het helpt de huid van de patiënt te beschermen, zorgt voor comfort en voorkomt ook bepaalde complicaties van een IC-opname. Zo verkleint de houding van de patiënt in bed, vaak half zittend tussen 30 en 45°, het risico op een longontsteking door het inademen van besmet slijm.
Voordat het bed wordt versteld, is het belangrijk te controleren dat geen enkel medisch hulpmiddel (katheter, drain, sonde, slangen) kan gaan trekken en verschuiven of eruit kan worden gerukt. Twijfelt u? Aarzel dan nooit om de zorgverleners om hulp of advies te vragen!
Bij patiënten in coma wordt vaak een luchtmatras gebruikt. De luchtkamers daarvan worden met regelmatige tussenpozen opgeblazen en leeggelaten, zodat de drukpunten tussen het lichaam van de patiënt en de matras steeds wisselen en het risico op doorligwonden zoveel mogelijk wordt beperkt. Dat kan het gevoel geven te zweven: sommige patiënten dromen op de IC dat ze op een boot zijn.
Een zuurstofbril is, anders dan de naam doet vermoeden, een dun slangetje dat bij de neusgaten extra zuurstof toedient wanneer de zuurstof in de lucht voor de patiënt niet voldoende is. Is dat niet genoeg, dan kan een masker of een masker met reservoir worden gebruikt, of kan worden besloten over te gaan op intensievere behandelingen zoals NIV (non-invasieve beademing) of kunstmatige beademing via een beademingsbuis.
Vaak ontdekken patiënten pas wanneer ze aan dit nieuwe hulpmiddel moeten wennen dat ademen door de neus niet vanzelf gaat! U moet namelijk echt door de neus ademen om de zuurstof in de longen te krijgen.
Na weken op de IC wordt de zuurstofbril soms iets geruststellends voor de patiënt, en het kan symbolisch moeilijk zijn er afscheid van te nemen wanneer hij niet meer nodig is.
Zuurstof via een zuurstofbril kan, vooral bij een hoge flow, de slijmvliezen en het neusslijm sterk uitdrogen. De neus verzorgen met fysiologisch zout kan dan verlichting geven.
Een antidecubitusmatras is een luchtmatras die, doordat de lucht zich in de luchtkamers verplaatst, de steunpunten onder het lichaam van de patiënt steeds verandert. Zo wordt langdurige druk en wrijving voorkomen. Het maakt geluid en het beweegt een beetje, maar het ontlast de drukpunten goed.
Als u echter goed bij bewustzijn en zelfstandig bent, is het niet altijd erg comfortabel!
Een Metalline-kompres is een klein steriel gaasje dat is ingeknipt en rond de tracheacanule wordt gelegd om de opening te beschermen tegen wrijving van de fixatieband.
Een monitor (in Frankrijk ook “scope” genoemd) registreert voortdurend de hartslag, de ademhaling, de bloeddruk en de zuurstofsaturatie in het bloed. Deze gegevens worden gemeten met sensoren en elektroden die met kabels op de monitor zijn aangesloten. De monitoren zijn zo ingesteld dat ze de zorgverleners waarschuwen als de toestand van de patiënt instabiel is. Ze zijn ook verbonden met een centrale bewakingspost, zodat de toestand van de patiënt continu in de gaten wordt gehouden, ook wanneer de zorgverleners niet in de kamer zijn.
Hersendood is niet hetzelfde als coma. Het is een onomkeerbare toestand waarbij een cruciaal deel van de hersenen vernietigd is, zonder enige kans op herstel. Op de IC komt het voor dat patiënten hersendood raken terwijl ze nog zijn aangesloten op apparaten die de schijn van leven in stand houden: het beademingsapparaat dat de borstkas op en neer laat gaan, de extracorporele circulatie die het bloed laat rondstromen, adrenaline of noradrenaline die de hartactiviteit en de bloeddruk in stand houden. De diagnose hersendood berust op nauwkeurige en specifieke criteria. Zodra de diagnose is gesteld, ondertekent de arts de verklaring van overlijden (certificat de décès). Ook al kunnen de apparaten de schijn van leven nog enige tijd in stand houden, de functies van een lichaam waarvan de hersenen vernietigd zijn, worden al snel zeer instabiel. Het is niet mogelijk de situatie lang zo te handhaven. Hersendood is in Frankrijk een van de situaties waarin orgaandonatie mogelijk is.
Bij het afbouwen van de tracheotomie zijn er verschillende stappen om de patiënt veilig weer zelfstandig te laten ademen. De stap van de kunstneus volgt wanneer de patiënt wordt losgekoppeld van de mechanische beademing. De “kunstneus” is een opzetstuk dat een kleine T vormt wanneer het op het uiteinde van de tracheacanule buiten het lichaam wordt geplaatst. Het beschermt de luchtwegen simpelweg tegen onzuiverheden en bevochtigt de ingeademde lucht, zoals de menselijke neus dat met zijn haartjes doet.
Noradrenaline is een medicijn uit de groep van de catecholaminen. Deze medicijnen worden via een infuus toegediend, continu en in een uiterst nauwkeurige dosering. Ze versterken de werking van het hart of verhogen de bloeddruk.
De patiënt merkt vaak helemaal niets van de toediening, vooral als hij niet bij bewustzijn is. Maar sommigen beschrijven het gevoel van “een boost voor die machine die het menselijk lichaam is”, warmte en soms hoofdpijn.
’s Nachts worden de geluiden op de afdeling zachter en worden de lichten gedimd. Zorgverleners doen hun ronde zo onopvallend mogelijk en proberen de slaap van de patiënten te bevorderen. Toch hebben patiënten die bij bewustzijn zijn vaak moeite met slapen, en dat kan angst oproepen.
Wanneer patiënten niet meer via de mond kunnen eten (door sedatie, coma, slikproblemen, enz.), kunnen ze voeding krijgen via een sonde die in de maag of in sommige gevallen in de darm wordt geplaatst: de maagsonde. Men spreekt dan van sondevoeding of enterale voeding (“enteron” betekent darm).
Bij enterale voeding krijgt de patiënt dus voeding rechtstreeks in de maag of de darm. Op de IC wordt dit gebruikt wanneer de patiënt niet normaal kan eten, maar zijn spijsverteringsstelsel nog werkt.
De voedingsstoffen (eiwitten, suikers, vetten, vitaminen…) worden dan in vloeibare vorm toegediend om in de behoeften van het lichaam te voorzien en ondervoeding te voorkomen.
Deze methode komt het dichtst bij natuurlijk eten en helpt de darmen goed te laten blijven werken.
Vanuit het oogpunt van de patiënt:
U ziet zakken met een crèmekleurige vloeistof, verbonden met een slang die op de maagsonde is aangesloten. De slang loopt door een pomp die de snelheid van de toediening regelt.
U kunt de vloeistof uit de zak door de slang naar de maagsonde zien lopen.
Als de vloeistof op kamertemperatuur of gekoeld is, kunt u een beetje voelen dat de vloeistof door de slang stroomt, maar het doet geen pijn en u proeft er niets van. Meestal voelt u geen honger en ook geen verzadiging, omdat de voeding de hele dag met een constante snelheid wordt gegeven. Soms wordt de sondevoeding alleen ’s nachts gegeven, om overdag een hongergevoel op te wekken en het maag-darmkanaal weer aan normaal eten te laten wennen.
Soms werkt het maag-darmkanaal van de patiënt niet, of kan het niet worden gebruikt (bijvoorbeeld door een operatie, een infectie of een blokkade). De voedingsstoffen worden dan rechtstreeks in het bloed gebracht, via een infuus in een grote ader (zie Katheter).
Men spreekt dan van parenterale voeding.
Op de IC kan de patiënt met deze methode voeding krijgen, ook als het maag-darmkanaal niet werkt, zodat hij de energie en de eiwitten krijgt die nodig zijn om te herstellen.
Bij de meeste soorten parenterale voeding ziet u zakken met een witte vloeistof. Deze producten worden meestal via een centrale lijn toegediend, omdat ze bij langdurig gebruik de dunne aderen kunnen irriteren.
Om medicijnen toe te dienen, worden ze verdund in oplossingen op basis van water, zodat ze de aderen niet irriteren. Patiënten krijgen daardoor elke dag grote hoeveelheden vocht toegediend. Ondanks behandelingen die de uitscheiding bevorderen, hebben IC-patiënten daarom heel vaak oedeem. De ledematen zwellen op, vooral de handen. Soms is de zwelling over het hele lichaam verspreid, ook in het gezicht. Dat trekt later weer weg. De patiënten worden regelmatig gewogen, en zo nodig kan dit wegtrekken worden versneld met plaspillen (diuretica).
De patiënt kan warmte en jeuk voelen, en het gevoel hebben dat de huid wordt opgerekt en kwetsbaarder wordt. Bij zeer ernstig oedeem kan het ook flink pijn doen. Behalve het overtollige vocht laten afvoeren, kan men de verdeling van het oedeem veranderen door de houding van de patiënt te wijzigen: oedeem verplaatst zich met de zwaartekracht.
Acuut longoedeem is een snelle ophoping van vocht in de longen, vaak als gevolg van hartfalen. Dit maakt ademen erg moeilijk en geeft een gevoel van verstikking. De behandeling is erop gericht het hart te ondersteunen, het overtollige vocht in de longen te verminderen en de ademhaling en de zuurstofvoorziening van het lichaam te ondersteunen.
Tijdens de IC-opname kan de manier waarop de gezondheid van de patiënt zich ontwikkelt, de vraag oproepen of de lopende behandelingen nog zinvol zijn. Als ondanks zware en soms belastende behandelingen geen verbetering te verwachten is, kan worden besloten bepaalde behandelingen te beperken of te stoppen, of zelfs alleen nog behandelingen te geven die gericht zijn op comfort. In Frankrijk is medisch zinloos doorbehandelen namelijk bij wet verboden. Sinds 2004, en recenter in 2016, regelen de wet-Leonetti en de wet-Claeys-Leonetti de zogeheten beslissingen tot “beperken en staken van de behandeling” (limitation et arrêt des traitements, LAT). Deze beslissingen worden genomen in overleg met het hele zorgteam en een externe consulent, rekening houdend met de wensen die de patiënt heeft uitgesproken. De naasten worden er nauwkeurig over geïnformeerd. De beslissingen worden elke dag opnieuw beoordeeld, afhankelijk van hoe de toestand van de patiënt zich ontwikkelt.
Dit is de nieuwe wettelijke term voor wat vroeger “therapeutische hardnekkigheid” (acharnement thérapeutique) werd genoemd.
Een geïntubeerde patiënt verliest vaak zijn reukzin, omdat de lucht via slangen wordt omgeleid en bepaalde zintuigcellen langs de gewone route niet meer prikkelt. Meestal komt de reukzin later terug. Bij anosmie (verlies van de reukzin), wat in zeldzame gevallen kan voorkomen, is reuktraining mogelijk.
Opioïden zijn pijnstillers die worden gebruikt bij matige tot ernstige pijn. Afhankelijk van het middel en de dosis verminderen ze de pijnbeleving, tot zelfs slaperigheid of een kunstmatig coma (meestal in combinatie met een hypnoticum).
De computer is een waardevol hulpmiddel op de IC!
Steeds meer afdelingen werken digitaal. Afhankelijk van hoe ver de afdeling hierin is, kan de computer in realtime alle gegevens verzamelen van de aangesloten apparaten in de kamer van de patiënt. Zo kunnen alle bewakingsgegevens, maar ook de behandeling van de patiënt optimaal worden vastgelegd en teruggevonden.
In de computer staan natuurlijk ook het zorgdossier en de medische voorschriften. Die worden voortdurend bijgewerkt door de artsen die verantwoordelijk zijn voor de patiënt: ’s ochtends, nadat zij de laatste onderzoeksuitslagen hebben bekeken, en in de loop van de dag, afhankelijk van hoe de vitale functies (hartslag, bloeddruk, zuurstofsaturatie, maar ook alle andere gegevens die de apparaten de hele 24 uur verzamelen) en de toestand van de patiënt zich ontwikkelen.
High-flow zuurstoftherapie (in het Frans OHD) is een medische techniek waarbij patiënten een grote hoeveelheid zuurstof onder druk krijgen, via kleine canules die vlak bij de neusgaten worden geplaatst. Het helpt mensen die moeilijk ademen beter te ademen en een goed zuurstofgehalte in het bloed te houden, en kan mechanische beademing voorkomen of uitstellen.
De druk kan soms wat heftig aanvoelen, maar meestal went u er uiteindelijk aan. Het toegediende gasmengsel wordt verwarmd met een verwarmde bevochtiger (in Frankrijk “cocotte” genoemd). Zo nodig kan de temperatuur van de verwarmer iets lager worden gezet, maar enige bevochtiging blijft nodig om schade aan de longen of aan de slijmvliezen van de luchtwegen door de droge gassen te voorkomen.
Het is nodig de mond dicht te houden en door de neus te ademen, zodat het gasmengsel dat via de neus wordt toegediend niet via de mond weglekt.
Palliatieve zorg is zorg die erop gericht is klachten te verlichten, zodat de patiënt zo comfortabel mogelijk kan leven.
In het dagelijks spraakgebruik wordt palliatieve zorg vaak tegenover genezende zorg geplaatst, en in de algemene beeldvorming wordt ze geassocieerd met het levenseinde. In werkelijkheid gaat het om alle zorg die comfort biedt: zorg die al in de acute fase zinvol is, naast de genezende zorg (dat wil zeggen de zorg die direct gericht is op het genezen van de ziekte).
Aan het einde van het leven, of wanneer genezing niet meer het doel is, richt de hele zorg zich op deze zogeheten palliatieve zorg, om de patiënt zo comfortabel mogelijke laatste momenten te bieden. Zoals het gezegde luidt: het is “alles wat er nog te doen is wanneer er niets meer te doen is”.
Beademingsgerelateerde pneumonie (ventilator-associated pneumonia, VAP; in het Frans PAVM) is een van de meest voorkomende complicaties van mechanische beademing. Ondanks alle voorzorgsmaatregelen en de regelmatige mondverzorging komen bacteriën die van nature in de mond aanwezig zijn langs de beademingsbuis naar beneden. Ze veroorzaken dan een luchtweginfectie bovenop de problemen die er al waren. Op de IC worden veel maatregelen genomen om VAP te voorkomen: de half zittende houding in bed, regelmatige mondverzorging, het wegzuigen van slijm achter in de keel, het vaak controleren van de druk in het ballonnetje (cuff) aan het uiteinde van de beademingsbuis dat het slijm uit de mond tegenhoudt, enz. Toch zijn deze maatregelen niet altijd voldoende om deze infectie te voorkomen bij IC-patiënten, die per definitie erg kwetsbaar zijn.
Met het woord infuus kan de katheter worden bedoeld die wordt ingebracht (“ik ga een infuus bij u prikken”) of de vloeistof die wordt toegediend (“het infuus is klaar”)
Voor de patiënt is het een zak die boven hem hangt en die via een katheter in zijn aderen loopt. Het infuus kan soms een symbolische betekenis krijgen als maat voor de tijd. Een patiënte vertelt dat haar infusen “een spel werden om houvast te krijgen in de tijd: kijken hoe de vloeistof wegloopt, het aantal zakken tellen enz.”
Een ander zegt: “Het is net een zandloper waarvan de korrels langzaam wegglijden, heeeeel langzaam.”
De door de patiënt aangewezen vertrouwenspersoon (personne de confiance) is een meerderjarige die de patiënt officieel en schriftelijk heeft aangewezen om de medische informatie te ontvangen en de wensen van de patiënt over te brengen als die zelf niet meer in staat is zijn wil te uiten. Dat kan een familielid, vriend, buurman of -vrouw, de huisarts… zijn.
Het is belangrijk dat deze persoon diepgaande gesprekken kan voeren met de patiënt, zodat hij of zij diens wensen zo goed mogelijk kan vertegenwoordigen. De vertrouwenspersoon spreekt namelijk namens de patiënt en niet op persoonlijke titel. Deze aanwijzing is medisch-juridisch van aard en moet schriftelijk gebeuren, op gewoon papier of op het formulier van de afdeling. In het document moeten de contactgegevens van de vertrouwenspersoon staan, en het moet zowel door de patiënt als door de aangewezen vertrouwenspersoon worden ondertekend.
De vertrouwenspersoon kan een exemplaar van de wilsverklaring bewaren om die op het juiste moment te kunnen laten gelden. De aanwijzing van de vertrouwenspersoon kan op elk moment worden gewijzigd of ingetrokken.
Met “saturatie” wordt meestal de zuurstofsaturatie bedoeld die met pulsoximetrie wordt bepaald. Die wordt gemeten met een sensor die lijkt op een klein knijpertje dat op de vingertop of soms op het oorlelletje wordt gezet. Deze meting geeft een goed beeld van de zuurstofvoorziening van de patiënt, maar is niet zo nauwkeurig als de arteriële zuurstofsaturatie, die wordt bepaald met een bloedafname uit een slagader (het “bloedgas”).
Een longontsteking (pneumonie) is een infectie van de longen.
Die ontstaat wanneer ziekteverwekkers (meestal bacteriën, soms virussen of schimmels) een ontsteking veroorzaken van de longblaasjes, de kleine zakjes waar de uitwisseling van zuurstof plaatsvindt.
De longblaasjes kunnen dan vollopen met vocht of pus, waardoor ademen moeilijker wordt.
Bij een ernstige longontsteking kan ondersteuning van de ademhaling nodig zijn, van eenvoudige extra zuurstof via een zuurstofbril tot invasieve kunstmatige beademing.
Het woord “pneumopathie” betekent longziekte.
Een infuuspomp (of een spuitpomp) is een apparaat waarmee medicijnen en vocht via een katheter in de aderen worden gebracht. Met de spuitpomp of infuuspomp kan de snelheid van toediening van de medicijnen heel nauwkeurig worden ingesteld.
Met de urinemaatkan wordt de urinezak van de patiënt geleegd en wordt regelmatig gemeten hoeveel urine er is geproduceerd: een waardevolle aanwijzing om de nierfunctie te beoordelen.
Vaak zijn dit grote plastic kannen die in de kamer staan en eenmaal per dag worden geleegd bij het opmaken van de vochtbalans (wat er in- en uitgaat).
Zie blaaskatheter
De longen zijn de ademhalingsorganen. Ze hebben twee belangrijke functies:
Bij ademhalingsfalen (respiratoire insufficiëntie) slagen de longen er niet in hun taak uit te voeren. Soms is een klein “zetje” genoeg: wat extra zuurstof, of het inblazen van een gasmengsel dat is afgestemd op wat het lichaam nodig heeft, met een bepaalde druk (zie NIV).
In ernstigere gevallen moet de patiënt worden geïntubeerd en aan de kunstmatige beademing worden gelegd. Zo kan de samenstelling van het gasmengsel uiterst nauwkeurig worden afgestemd op wat de patiënt nodig heeft, terwijl de longen, die door de onderliggende aandoening verzwakt zijn, zo goed mogelijk worden beschermd.
De voorschriften (medische opdrachten) worden voortdurend bijgewerkt door de artsen die verantwoordelijk zijn voor de patiënt: ’s ochtends, nadat zij de nieuwste onderzoeksuitslagen hebben bekeken, en daarna gedurende de dag, afhankelijk van het verloop van de vitale functies (hartslag, bloeddruk, zuurstofsaturatie, maar ook alle andere waarden die de apparaten 24 uur per dag registreren) en van hoe het met de patiënt gaat.
De intensive care is een omgeving en een ervaring die zwaar is voor patiënten en naasten, en die mogelijk traumatisch kan zijn. Steeds meer IC-afdelingen hebben een psycholoog in dienst om de patiënt en zijn naasten te begeleiden. Patiënten en naasten ervaren het vaak als een pluspunt dat de psycholoog de IC-omgeving kent en weet wat daar speelt en hoe het er echt aan toegaat. Psychologische steun is een waardevolle hulp om deze moeilijke periode door te komen en om begeleiding te krijgen voor de tijd daarna.
Op de intensive care worden heel vaak thoraxfoto’s (röntgenfoto’s van de longen) gemaakt. Daarmee kan worden gevolgd hoe de longaandoening zich ontwikkelt, maar ook worden gecontroleerd of de slangetjes (beademingsbuis, maagsonde) en de veneuze katheters goed liggen.
De foto’s worden aan het bed van de patiënt gemaakt met een mobiel röntgenapparaat. Er wordt een plaat onder de rug van de patiënt geschoven; die voelt even wat hard en koud aan zolang de “foto” wordt gemaakt. De arm van het apparaat die de röntgenstralen uitzendt, wordt op de juiste hoogte ingesteld, er klinkt een klikje en het is klaar.
Het Franse woord “réanimation” (in het Nederlands: intensive care) heeft meerdere betekenissen. Het kan verwijzen naar:
– het medisch specialisme, dat in de geschiedenis van de geneeskunde vrij jong is. Het ontstaan ervan wordt meestal in de jaren vijftig geplaatst, toen tijdens de grote polio-epidemie voor het eerst ernstig zieke patiënten die mechanische beademing nodig hadden, op één plek werden samengebracht.
– de afdeling van het ziekenhuis waar de ernstigst zieke patiënten worden opgenomen, of de patiënten met het grootste risico op verslechtering. Het grote publiek kent dit specialisme slecht en verwart het vaak met de spoedeisende hulp of met de verkoeverkamer na een operatie. In films en series wordt een beeld van deze afdelingen geschetst dat vaak sterk geromantiseerd is en ver van de werkelijkheid af staat. Weinig mensen zijn erop voorbereid om een IC-afdeling binnen te stappen.
– de technische en medische zorg die aan deze ernstig zieke patiënten wordt gegeven om de organen die door de acute ziekte niet meer goed werken te ondersteunen (over te nemen), totdat het lichaam de acute fase “te boven komt”. In het Engels spreekt men van “resuscitation”. Deze intensieve orgaanondersteuning kan niet heel lang worden voortgezet, omdat het evenwicht dat ermee in stand wordt gehouden zeer instabiel en kwetsbaar is.
– voor patiënten staat het woord ook vaak voor de ervaring van het verblijf op de IC. Zoals een patiënte het verwoordt: het is “een wereld apart, waar je niet ongeschonden uit terugkomt”.
Om de wetenschappelijke kennis te vergroten en de behandeltechnieken te verbeteren, nemen IC-afdelingen zeer actief deel aan wetenschappelijk onderzoek. De gegevens die tijdens de ziekenhuisopname van de patiënt worden verzameld, kunnen achteraf anoniem worden gebruikt voor evaluatie en onderzoek. Daarnaast kan aan de patiënt zelf of aan zijn naasten toestemming worden gevraagd voor studies waarin verschillende behandelingen of vormen van zorg met elkaar worden vergeleken. Hiervoor krijgt de patiënt een toestemmingsformulier, als hij in staat is dit te lezen en te begrijpen, of anders zijn naasten. Dit formulier moet worden ondertekend. Hierin staat precies beschreven wat het onderzoek inhoudt dat aan de patiënt of zijn naasten wordt voorgesteld. Uiteraard staat het de patiënt of zijn naasten volledig vrij om te weigeren. Dat verandert niets aan de zorg of aan de relatie met het zorgteam. Als de naasten toestemming hebben gegeven, wordt de patiënt opnieuw om toestemming gevraagd zodra hij weer zelf beslissingen kan nemen.
Voor patiënten kan meedoen aan onderzoek voldoening geven: ze weten dat hun moeilijke ervaring kan helpen om de zorg voor toekomstige patiënten te verbeteren.
Revalidatie is de kortere of langere periode waarin de patiënt stap voor stap werkt aan zijn lichamelijke en cognitieve restklachten, om een zo normaal mogelijk leven terug te krijgen. De revalidatie begint al op de IC (men spreekt dan van vroege revalidatie) en wordt vaak voortgezet in een revalidatiecentrum. Daarna volgt de terugkeer naar huis, waar medisch specialisten (afhankelijk van welke organen zijn aangetast) en paramedici (meestal in elk geval een fysiotherapeut) de patiënt blijven begeleiden totdat hij zich in staat voelt zijn leven weer op te pakken.
Bij vochttoediening (in vaktermen: volumesuppletie of vulling) wordt vocht in de bloedsomloop toegediend om het bloedvolume te vergroten. Dit gebeurt wanneer de bloeddruk te laag is of wanneer het lichaam te weinig circulerend volume heeft. Welke vloeistof en hoeveel ervan wordt gegeven, hangt af van de toestand van de patiënt, de oorzaak van het oorspronkelijke probleem en hoe de patiënt op de behandeling reageert.
Het beademingsapparaat (of de ventilator) is een machine die patiënten een gasmengsel toedient dat is afgestemd op wat zij nodig hebben, waarbij het volume en de frequentie worden geregeld. Zo blijft het zuurstofgehalte in het bloed stabiel en voldoende hoog en wordt koolstofdioxide afgevoerd. Het beademingsapparaat ondersteunt de ademhaling bij long- en/of hartfalen, maar wordt ook gebruikt wanneer de patiënt in coma ligt, om de longen te beschermen tegen infecties. De patiënt wordt daarvoor op het beademingsapparaat aangesloten via de beademingsbuis die in de luchtpijp is ingebracht. Deze buis wordt altijd onder narcose ingebracht.
Afhankelijk van wat de patiënt nodig heeft en hoeveel hij zelf kan, kan het beademingsapparaat op verschillende manieren worden ingesteld, zodat hij de hulp en ook het comfort krijgt die hij nodig heeft.
Naasten van IC-patiënten kijken erg uit naar het moment van ontwaken. Toch verloopt dat vaak heel anders dan in films: hoe langer de sedatie (het kunstmatig coma) heeft geduurd en hoe meer de organen die medicijnen afbreken en uitscheiden (lever en nieren) zijn aangetast, hoe langer het duurt voordat de slaapmiddelen uit het lichaam zijn verdwenen. Het “wakker worden” kan in werkelijkheid dagen duren en heel geleidelijk gaan.
Het kan lang duren voordat de patiënt weer vaste grond onder de voeten krijgt en begrijpt wat er om hem heen gebeurt en welke zorg hij krijgt. Hij kan wakker lijken maar toch de weg kwijt zijn, hij ervaart vreemde gewaarwordingen en neemt in het begin niet alles op wat er om hem heen gebeurt. Sommige patiënten beschrijven dit moment als “een kleverig gevoel, alsof ik in drijfzand werd gezogen, mijn ogen gingen niet open, mijn hoofd kon ik niet bewegen” of als “een lang, vaag moment, ver van de clichés uit films”.
Zie de pagina De ervaring van de patiënt
Met “saturatie” wordt meestal de zuurstofsaturatie bedoeld die wordt gemeten met een sensor die eruitziet als een klein knijpertje op het topje van de vinger of soms aan de oorlel. Deze meting geeft een goed beeld van de zuurstofvoorziening van de patiënt, maar is minder nauwkeurig dan de arteriële zuurstofsaturatie die met een bloedgasanalyse wordt bepaald.
Op korte termijn doet het saturatieknijpertje geen pijn, maar na verloop van tijd kan het gaan hinderen, knellen of zelfs pijn doen. Het knijpertje kan dan op een andere vinger of op een teen worden gezet, of er kan een ander type sensor voor het oor worden gebruikt, zodat de druk steeds op een andere plek komt. Na een tijdje kan dit kleine sensortje ook geruststellend worden.
De CT-scan (computertomografie) is een onderzoek met röntgenstraling. Er worden beelden gemaakt van een deel van het lichaam in dunne doorsneden. De röntgenbuis draait rond het lichaam van de patiënt en de computer zet de gegevens om in beelden. Die moeten daarna worden “gelezen” (beoordeeld) om een diagnose te kunnen stellen.
Tijdens een CT-scan ligt de patiënt stil op zijn rug, met de armen langs het lichaam of boven het hoofd, op een onderzoekstafel die door een soort grote ring schuift. Daar worden de verschillende opnamen gemaakt.
Via een microfoon blijft het zorgteam binnen gehoorsafstand; achter een glazen wand houdt het in de gaten of het onderzoek goed verloopt.
Als het nodig is, wordt een jodiumhoudend contrastmiddel gebruikt om de beelden duidelijker te maken. Dit wordt meestal via het infuus toegediend. Sommige patiënten krijgen door deze injectie het gevoel van een warmtegolf.
Een monitor (in Frankrijk ook wel “scope” genoemd) registreert voortdurend het hartritme, de ademhaling, de bloeddruk en de zuurstofsaturatie van het bloed. Deze gegevens worden gemeten met sensoren en elektroden (plakkers) die via kabels met de monitor zijn verbonden. De monitoren zijn zo ingesteld dat ze het zorgteam waarschuwen als de toestand van de patiënt instabiel is.
De monitoren zijn ook verbonden met centrale bewakingsposten, zodat de patiënt voortdurend wordt bewaakt, ook als er geen zorgverlener in de kamer is. Hier geeft de groene lijn het elektrocardiogram (ECG, de elektrische activiteit van het hart) weer en het groene getal de hartfrequentie. De blauwe lijn toont de polsgolf en het bijbehorende getal de zuurstofsaturatie, waarmee de zuurstofvoorziening van het bloed wordt gevolgd. De rode lijn geeft de bloeddruk weer, die continu wordt gemeten via een arterielijn. De getallen geven de “bloeddruk” aan en het getal tussen haakjes de gemiddelde arteriële bloeddruk, een waardevolle indicator voor de zorgverleners.
Zie de pagina continue bewaking
ARDS (acute respiratory distress syndrome, in het Frans SDRA) is een ernstige vorm van ademhalingsfalen waarbij de patiënt moet worden geïntubeerd en beademd (kunstmatige beademing). ARDS kan veel oorzaken hebben; de meest voorkomende zijn bacteriële of virale infecties. De behandeling bestaat uit het aanpakken van de oorzaak en het ondersteunen van de organen zolang die behandeling loopt.
Tracheaal secreet is slijm dat wordt aangemaakt door de longen en de luchtwegen. Bij een infectie kan het overvloedig en etterig zijn.
Dit kleverige slijm kan verschillende kleuren hebben en vertelt de zorgverleners iets over hoe het met de longen van de patiënt gaat.
Als het slijm zich ophoopt, is dat voor patiënten die bij bewustzijn zijn erg onaangenaam, een beetje zoals het benauwde, verstopte gevoel bij een bronchitis, maar dan zonder dat je kunt hoesten of het slijm kunt ophoesten. Een reutelend geluid in de keel of een dalende saturatie kunnen tekenen zijn dat het slijm moet worden weggezogen.
Zie uitzuigen.
Sedatie is het toedienen van medicijnen om de patiënt in “slaap” te brengen, in een kunstmatig coma. Dit gebeurt om verschillende redenen: om een of meer organen rust te geven, om pijn te voorkomen bij een invasieve ingreep (een onaangename handeling of een operatie) en om ervoor te zorgen dat patiënten het beademingsapparaat beter verdragen. Zie anesthesie.
Sepsis (bloedvergiftiging) is een ernstige reactie van het lichaam op een infectie.
In plaats van alleen de ziekteverwekker (bacterie, virus, schimmel) te bestrijden, reageert het afweersysteem buitensporig. Daardoor kunnen de eigen organen beschadigd raken (zoals de longen, de nieren of het hart). Sepsis is levensbedreigend en vraagt om een passende behandeling. Het onder controle krijgen van de infectie met de juiste behandeling heeft de hoogste prioriteit, maar het kan nodig zijn de aangetaste organen te ondersteunen.
Afbouwen of ontwennen betekent dat een behandeling geleidelijk wordt gestopt. Dit gebeurt vooral bij het ontwennen van de beademing, een proces dat soms enkele dagen, maar in sommige gevallen ook meerdere weken kan duren. Ook medicijnen die de bloeddruk ondersteunen (catecholaminen) worden op deze manier afgebouwd.
Het ontwennen van de beademing (weaning) is de fase van de behandeling waarin de patiënt weer zelfstandig leert ademen.
De ondersteuning door het beademingsapparaat wordt stap voor stap verminderd. Afhankelijk van hoe lang de acute fase heeft geduurd, kunnen patiënten meer of minder spiermassa zijn kwijtgeraakt. Een tijdelijke tracheotomie kan het ontwennen vergemakkelijken en versnellen: de patiënt kan dan een paar uur per dag van het beademingsapparaat worden losgekoppeld, terwijl hij er, vooral ’s nachts en tijdens rustmomenten, weer op kan worden aangesloten. Ook spiertraining is in dit proces heel belangrijk: in een stoel zitten, rechtop staan enzovoort zijn allemaal manieren om de ademhalingsspieren rond de borstkas weer sterker te maken en de patiënt sneller te laten herstellen.
Het ontwennen vraagt van patiënten geleidelijk steeds meer inspanning en is erg vermoeiend. Als zelfstandig ademen in het begin moeilijk gaat, kan dat echt beangstigend zijn. Rustgevende prikkels en manieren om de aandacht van de patiënt van zijn ademhaling af te leiden, kunnen helpen om er niet op gefixeerd te raken en de angst niet te laten toenemen.
Sommige patiënten beschrijven, als ze weer zelf ademen, een vrij prettig “gevoel alsof je longen groter worden”.
Ja, op de intensive care kunnen de haren gewassen worden! In de Franse vaktaal heet dit “capiluve”.
Omdat het niet dringend is, gebeurt het meestal op dagen dat de zorgverleners wat meer tijd hebben en er echt een verzorgend “wellness”-moment van kunnen maken. Maar u kunt er ook gerust om vragen als dat nodig is!
Soms jeukt de hoofdhuid, en het kan voor de patiënt echt verzachtend zijn om zich ook op het hoofd schoon te voelen!
Tip van een oud-IC-patiënt: breng voor de zorgverleners een ontwarrend haarmasker voor lang haar mee. Dat kan de langste lokken redden, die sinds de opname tussen het hoofd en de lakens in de klit zijn geraakt…
Mondverzorging houdt de mondholte schoon en beperkt het risico dat speeksel, met de bacteriën die daarin zitten, in de longen terechtkomt en daar een infectie veroorzaakt.
Daarbij worden alle oppervlakken in de mond schoongemaakt met staafjes die lijken op grote wattenstaafjes, met alleen aan één kant watten. De staafjes worden in mondwater met mentholsmaak gedoopt en over de tanden, de tong, het gehemelte en de binnenkant van de wangen gehaald. Het speeksel en de vloeistof die naar achter in de keel is gelopen, worden weggezogen. Regelmatig wordt er ook met een zaklampje gekeken of er iets afwijkends te zien is: een beschadigde tand, ongewone roodheid, een zwelling.
Deze verzorging is nodig om longontstekingen te voorkomen die kunnen ontstaan tijdens mechanische beademing. Voor de patiënt kan het prettig en verfrissend zijn, of juist wat opdringerig, zoals bij de tandarts. Verwarde patiënten proberen vaak in het staafje te bijten.
Zie mondstaafje.
Een maagsonde (of voedingssonde) is een plastic slangetje waarvan het uiteinde in de maag ligt. In sommige gevallen wordt de sonde gebruikt om de maag van de patiënt te legen, maar meestal dient hij om de patiënt tijdens het verblijf op de IC te voeden. Via deze sonde krijgt de patiënt evenwichtige voeding, met de juiste hoeveelheden koolhydraten, eiwitten, vetten, vitamines en mineralen. De maagsonde kan via de neus of via de mond worden ingebracht. Soms wordt met een kleine operatie een zogeheten “gastrostomiesonde” direct in de dunne darm geplaatst. Een maagsonde via de neus is na de detubatie prettiger, omdat de mond dan vrij is om te praten. Wel kan hij ongemak of zelfs pijn veroorzaken langs de weg die hij aflegt, vooral in de neus of achter in de keel. Het inbrengen via de neus is soms pijnlijk.
Omdat de maagsonde minder stevig vastzit dan andere, meer levensbelangrijke slangetjes, komt het heel vaak voor dat IC-patiënten hem eruit trekken, per ongeluk of omdat het gevoel hen irriteert. Helaas moet hij dan meestal opnieuw worden ingebracht, zodat de patiënt de voeding krijgt die hij nodig heeft om goed te herstellen, en dat is geen prettig moment…
De beademingsbuis is een plastic buis die via de mond (of in zeldzame gevallen via de neus) wordt ingebracht en tot vlak boven de splitsing naar de twee longen loopt, zodat kunstmatige beademing mogelijk is. De buis wordt meestal vastgezet met een bandje dat om het hoofd van de patiënt loopt. Dit bandje kan een beetje in de wangen drukken. Het is belangrijk dat de buis niet verschuift, zodat de beademing zo nauwkeurig en doeltreffend mogelijk is.
Aan de buitenkant van de beademingsbuis zit een ballonnetje (cuff) dat na het inbrengen wordt opgeblazen. Het vult de ruimte tussen de luchtpijp en de buis helemaal op, zodat er geen slijm of vocht uit de mond of de maag in de longen kan lopen.
De cuff wordt regelmatig gecontroleerd en eventueel slijm dat erboven blijft hangen, wordt door de fysiotherapeuten met een dun slangetje weggezogen.
Elke dag wordt gecontroleerd of de beademingsbuis op de juiste diepte zit, en de zorgverleners vervangen het bandje dat de buis buiten de mond op zijn plaats houdt. Aan de beademingsbuis is ook de voedingssonde vastgemaakt, die naar de slokdarm loopt.
Met een beademingsbuis kan de patiënt niet:
> praten
> eten
> drinken
Voor sommige patiënten kan de buis erg beangstigend zijn, omdat hij de mond vult en de slang over het onderste deel van het gezicht loopt. Met de buis blijft de mond steeds een beetje open. Daardoor drogen de binnenkant van de mond, de tong, de binnenkant van de wangen enzovoort sterk uit, en dat kan het dorstgevoel flink versterken.
De blaaskatheter is een eenvoudig, zeer soepel plastic slangetje dat de urine uit de blaas afvoert. Hij wordt gebruikt bij patiënten bij wie de hoeveelheid urine nauwkeurig gemeten moet worden, maar ook bij patiënten in coma, zodat zij niet de hele dag nat liggen.
Het slangetje is verbonden met een opvangzak en blijft op zijn plaats dankzij een klein ballonnetje dat in de blaas wordt opgeblazen en voorkomt dat de katheter uit het lichaam glijdt. Het meten van de urine helpt om te controleren of de nieren goed werken. Een blaaskatheter is daarom nodig voor IC-patiënten, maar zoals elk hulpmiddel in het lichaam kan hij infecties veroorzaken.
Het gevoel kan verwarrend zijn: de blaas heeft niet veel verschillende soorten zintuigcellen, waardoor de katheter als vreemd voorwerp kan aanvoelen als aandrang om te plassen. Maar in werkelijkheid is de blaas met een katheter altijd leeg! Sommige medicijnen kunnen dit gevoel verminderen (deze ‘plasaandrang’ door de katheter noemt men ook wel blaaskrampen of ‘persen op de katheter’), en soms heeft het lichaam gewoon wat tijd nodig om eraan te wennen.
Een stoma is een tijdelijke of blijvende verbinding van een deel van het spijsverteringskanaal (slokdarm, darm, dikke darm…) of van een deel van de urinewegen met de buitenkant van de buik, via een kleine opening. Deze opening wordt tijdens een operatie gemaakt en dient om ontlasting of urine af te voeren wanneer dat niet meer langs de natuurlijke weg kan. De ontlasting of urine wordt dan opgevangen in een speciaal zakje dat direct op de huid wordt geplakt.
De stethoscoop is een medisch instrument dat de geluiden van het lichaam versterkt. Artsen kunnen er veel diagnoses mee stellen, en verpleegkundigen en fysiotherapeuten kunnen er door te luisteren veranderingen in de toestand van de patiënt mee opsporen.
Met een stethoscoop luistert men naar het hart en de longen, maar ook naar de buik! Verpleegkundigen gebruiken hem bijvoorbeeld om te controleren of de maagsonde goed ligt.
Het ronde uiteinde dat op het lichaam wordt gezet, voelt soms wat koud aan.
Een posttraumatische stressstoornis is een aandoening die kan ontstaan nadat iemand een gewelddadige of zeer ingrijpende gebeurtenis heeft meegemaakt of gezien, zoals een ernstig ongeluk, een aanval of – in ons geval – een opname op de intensive care. Zowel patiënten als hun naasten kunnen er last van krijgen.
Er moet aan worden gedacht wanneer iemand enkele maanden na de IC-opname de traumatische ervaring blijft herbeleven in gedachten of nachtmerries, erg angstig is, alle situaties vermijdt die aan de gebeurtenis herinneren (bijvoorbeeld afspraken in het ziekenhuis) en veranderingen in stemming of gedrag vertoont.
Deze stoornis vraagt om passende begeleiding en ondersteuning om de persoon te helpen herstellen. Er bestaan effectieve behandelingen, zoals cognitieve gedragstherapie, EMDR en andere vormen van therapie, zoals exposuretherapie. Een gesprek met een erkende professional in de geestelijke gezondheidszorg (psychiater, psycholoog) kan helpen om duidelijk te krijgen wat nodig is en een begeleidingstraject te starten om weer rust te vinden.
Zie de pagina De psychische gevolgen van een IC-opname
Het tumorlysissyndroom ontstaat wanneer kankercellen in korte tijd in groten getale afsterven, vanzelf of na een behandeling. Daarbij komen stoffen in het bloed vrij die de werking van de nieren, het hart of de hersenen kunnen verstoren. Soms zijn nauwlettende bewaking en specifieke behandelingen nodig.
De lichaamstemperatuur van IC-patiënten is een zeer belangrijk gegeven dat vele keren per dag wordt gemeten: minstens elke 2 à 3 uur, maar soms veel vaker!
De temperatuur kan met sommige thermometers in het oor worden gemeten, met andere onder de arm, of continu via sensoren in bepaalde sondes of katheters.
Door de temperatuur te meten kunnen infecties vroeg worden opgespoord. Infecties komen op de IC vaak voor, ondanks alle maatregelen om ze te voorkomen, omdat de patiënten bijzonder kwetsbaar zijn. Daarom is het belangrijk ze zo snel mogelijk op te sporen. In sommige gevallen moet de patiënt juist worden afgekoeld (hypothermie), dat wil zeggen dat de lichaamstemperatuur wordt verlaagd tot tussen 34 en 36 °C: ook dan zorgt het nauwkeurig bewaken van de temperatuur ervoor dat deze afkoeling onder controle blijft.
Trombose (een bloedstolsel in een bloedvat) is een risico dat samenhangt met het langdurig in bed liggen, met eventuele stollingsstoornissen of met hulpmiddelen die in de grote aders en slagaders zijn ingebracht (katheters, ECMO-canules). Om trombose te voorkomen krijgen IC-patiënten antistollingsmiddelen, vaak als onderhuidse injecties in de dijen en/of de buik. Dat kan blauwe plekken en verhardingen geven, die na verloop van tijd verdwijnen.
Op de IC wordt de patiënt meestal in bed gewassen, met een waskom en wegwerpwashandjes. Er wordt per lichaamsdeel gewerkt, waarbij het deel dat nog niet gewassen is bedekt blijft, uit respect voor de privacy en schaamte van de patiënt.
Deel voor deel wordt de huid eerst gewassen met water en zeep, daarna afgespoeld en afgedroogd.
Patiënten kunnen het wassen heel verschillend beleven: als een moment van troost en zachtheid, van overgave en welbevinden, of juist als ongemakkelijk, onprettig of gênant.
Voor zorgverleners is het een routinehandeling, die bij alle IC-patiënten wordt uitgevoerd om de hygiëne te waarborgen, omdat zij bijzonder kwetsbaar zijn en snel infecties kunnen krijgen. Het is een zorghandeling als alle andere, die wat langer kan duren als de patiënt het prettig vindt (en als er tijd voor is), of juist snel en zakelijk kan worden gedaan als het voor de patiënt prettiger is om het kort te houden.
Het ritme op een IC-afdeling wordt bepaald door de ‘rondes’ van de zorgverleners langs de patiënten. Met regelmatige tussenpozen gaan de verpleegkundige en de zorgassistent samen langs de kamers van de patiënten voor wie zij zorgen, om de zorg en de controles uit te voeren.
Afhankelijk van de organisatie van de afdeling en het specialisme vinden deze rondes elke 2, 3 of 4 uur plaats.
Ook de artsen lopen rondes, maar minder vaak.
Uiteraard blijven zij buiten de rondes ook allemaal beschikbaar om elke spoedsituatie op te vangen.
Een tracheotomie is een kleine ingreep waarbij een ademhalingsbuisje (een soepel plastic buisje) via een sneetje onder aan de hals rechtstreeks in de luchtpijp wordt geplaatst. Dit gebeurt om het herstel van de zelfstandige ademhaling te vergemakkelijken en te versnellen wanneer het ontwennen van de beademing (weaning) te lang duurt en/of te belastend is voor de patiënt.
Zodra de wond is genezen, doet het buisje geen pijn meer. U kunt het zonder gevaar aanraken (maar niet verwijderen!). Het ziet er weliswaar indrukwekkend en een beetje beangstigend uit (sommige patiënten kunnen er een afkeer van hebben), maar het bevordert de revalidatie sterk en maakt de mond en keel weer vrij. Vergeleken met de beademingsbuis via de mond geeft de tracheacanule minder het drukkende gevoel van het materiaal op het gezicht, en minder droogte en dorst, die ontstaan doordat de mond rond een beademingsbuis voortdurend openstaat.
Er kan slijm langs het buisje uit de opening lopen; het sluit niet helemaal af. En voortaan wordt via deze canule het slijm uit de luchtpijp weggezogen om de luchtwegen vrij te maken.
Zolang de tracheacanule aanwezig is, wordt er dagelijks zorg verleend om:
– de huid rond de canule schoon te maken met een gaasje gedrenkt in steriel water (lauw of koel, naar wens van de patiënt) en soms met een ontsmettingsmiddel bij een ontsteking of infectie
– het splitgaasje (metalline) te verwisselen (het kompres rond de canule dat wrijving voorkomt)
– het canulebandje of de halsband te vervangen: een spannend moment voor de patiënt, want als de canule beweegt, heb je het gevoel dat hij eruit gaat schieten! Als de patiënt kan meehelpen, kan hij de canule in zijn hals op zijn plaats houden terwijl de zorgverlener de lengte van de halsband aanpast.
De halsband kan wat irriteren en op den duur gaan vervelen: een korte, verkoelende massage van de hals tijdens de verzorging, wanneer de halsband even af is, wordt vaak erg gewaardeerd.
Wanneer een tracheacanule lang blijft zitten, met name op een revalidatieafdeling voor patiënten na de IC (SRPR), wordt de canule vaak elke maand vervangen. De canule wordt dan verwijderd en de nieuwe direct teruggeplaatst. Hiervoor kan een lichte verdoving worden aangeboden, of het gebeurt zonder, afhankelijk van wat de situatie van de patiënt vraagt. Het kan een beetje pijnlijk en beangstigend zijn, met een schurend gevoel aan de binnenkant, en er kan wat bloed bij vrijkomen.
In de meeste gevallen wordt de tracheacanule later verwijderd en sluit de opening zich binnen enkele dagen vanzelf. Vaak blijft er wel een klein litteken onder aan de hals over.
Zie Tracheacanule.
De overdracht is het moment waarop de zorgteams elkaar op vaste tijden aflossen. Het team dat klaar is met zijn dienst geeft alle informatie door aan het volgende team. Dit moment is voor de zorgverleners erg belangrijk: zo is de zorg gewaarborgd en wordt alle belangrijke informatie gedeeld die nodig is om de patiënten veilig te verzorgen.
Deze momenten zijn op de dag ‘heilig’: onderbrekingen worden zoveel mogelijk vermeden, zodat er geen informatie verloren gaat of iets vergeten wordt.
Het kan daardoor lijken alsof de teams op dat moment minder beschikbaar zijn, maar bij een noodsituatie wordt de overdracht onderbroken en komt iedereen in actie!
Met transport wordt het vervoer van een patiënt naar een andere afdeling van het ziekenhuis bedoeld, voor een onderzoek of een operatie. Tijdens het transport gaan de zorg en de bewaking gewoon door. Het is een delicate handeling die een speciale organisatie en medische begeleiding vraagt.
Afhankelijk van de organisatie van de afdeling en de voorzieningen van het ziekenhuis wordt de patiënt in zijn eigen bed vervoerd of op een brancard: een soort eenvoudig bed op wieltjes, veel smaller zodat het in de lift past, met een dunnere matras dan het IC-bed. Dat kan voor de patiënt hard aanvoelen in de rug.
Om de patiënt op de brancard te leggen, trekt men hem meestal over op het laken: aan elke kant van het bed staan twee zorgverleners, en een zorgverlener aan het hoofdeinde coördineert de verplaatsing, let op alle slangen en lijnen en houdt de beademingsbuis op zijn plaats.
Het beademingsapparaat gaat mee, net als een transportmonitor waarmee de bewaking continu doorgaat, en alle apparaten die niet kunnen worden stopgezet: spuitpompen met bepaalde medicijnen, enzovoort.
Wanneer het hart van de patiënt faalt, kan het nodig zijn het te vervangen door het hart van een overleden donor: dit heet een harttransplantatie. Na deze ingreep zijn levenslange medische controle, een strikt dieet en het dagelijks innemen van medicijnen tegen afstoting nodig. Een donorhart kan tientallen jaren goed blijven werken.
Dysfagie, of ‘slikstoornissen’, kan het gevolg zijn van een lange periode waarin de slikspieren niet zijn gebruikt, of van neurologische schade. Door de verzwakte spieren lukt het slikken niet goed en kan een deel van het voedsel in de luchtwegen terechtkomen: men spreekt dan van ‘verslikken’. Dit uit zich in hoesten tijdens het eten en kan tot longontstekingen leiden. Afhankelijk van de aandoening kan iemand zich verslikken in vast voedsel en/of in vloeistoffen.
Denk aan een slikstoornis wanneer de patiënt steeds hoest bij het eten of drinken. Stop dan met de maaltijd en waarschuw het zorgteam. Een KNO-arts, logopedist of fysiotherapeut kan het slikken onderzoeken, en er kunnen maatregelen worden genomen: aangepaste voeding, aanvullende sondevoeding, oefentherapie.
Bij hartritmestoornissen klopt het hart abnormaal: te snel, te langzaam of onregelmatig. Sommige zijn onschuldig en komen veel voor bij de algemene bevolking, maar andere kunnen ernstigere gevolgen hebben: ze kunnen verhinderen dat het hart goed werkt en leiden tot bewustzijnsverlies, onwel worden of een hartstilstand. Continue bewaking van het hart en spoedbehandeling kunnen dan nodig zijn.
De spreekklep is een opzetstukje dat op het uiteinde van de tracheacanule aan de buitenkant wordt bevestigd, nadat het ballonnetje van de canule is leeggelaten: het is een stap in het ontwennen van de beademing die spreken mogelijk maakt.
De spreekklep laat lucht binnen in de luchtwegen, maar een klepje voorkomt dat de lucht via dezelfde weg weer naar buiten gaat. De uitgeademde lucht kan dus alleen langs de gewone weg naar buiten: keel, mond, neus. Daarvoor is het ballonnetje in de luchtpijp leeggelaten. Zo stroomt de lucht weer omhoog langs de stembanden, die daardoor kunnen trillen, zodat spreken mogelijk wordt.
“Meteen La Traviata zingen zit er niet in” bij de eerste keer met een spreekklep, zoals een patiënte het zei: ook hier moet het lichaam opnieuw leren om de uitgeademde lucht zo te sturen dat er woorden worden gevormd. De eerste sessies zijn vermoeiend, maar meestal ook heel bevredigend, want eindelijk kunt u zich weer uitdrukken!
Vasopressoren zijn medicijnen die de bloeddruk verhogen door de bloedvaten te vernauwen. Ze worden gebruikt wanneer de bloeddruk te laag is om de organen goed van bloed te voorzien.
Men spreekt van een vegetatieve toestand wanneer de patiënt na hersenletsel, en zonder dat hij nog sedatie krijgt, alleen nog reflexen vertoont. Bij deze patiënten ziet men bijvoorbeeld een afwisseling van waken en slapen, en reflexmatige reacties op prikkels zoals oogbewegingen, gapen en onwillekeurige bewegingen. Patiënten in een vegetatieve toestand zijn zich niet bewust van hun toestand en hun omgeving.
Het beademingsapparaat (of ventilator) is een machine die de patiënt een gasmengsel toedient dat is afgestemd op zijn behoeften, waarbij het volume en de frequentie worden geregeld. Zo blijft het zuurstofgehalte in het bloed stabiel en voldoende, en wordt koolzuurgas (CO₂) afgevoerd. Het beademingsapparaat ondersteunt de ademhaling bij falen van de longen en/of het hart, maar wordt ook gebruikt wanneer de patiënt in coma ligt, om de longen te beschermen tegen infecties. De patiënt wordt daarvoor op het apparaat aangesloten via de beademingsbuis (endotracheale tube) in de luchtpijp. Het inbrengen van deze buis gebeurt altijd onder narcose.
Afhankelijk van de behoeften van de patiënt en van hoeveel hij zelf kan ademen, kan het beademingsapparaat op verschillende manieren worden ingesteld om hem de hulp, maar ook het comfort te geven die hij nodig heeft.
Non-invasieve beademing of NIV is een alternatief voor intubatie dat in bepaalde situaties kan worden gebruikt. Er wordt gewerkt met een beademingsapparaat dat op dezelfde manier lucht inblaast als bij invasieve beademing, maar in plaats van een beademingsbuis wordt een masker gebruikt dat luchtdicht op het gezicht wordt geplaatst.
Voor de patiënt kan NIV in het begin verwarrend of zelfs onaangenaam zijn, omdat de druk van de lucht die de luchtwegen in wordt geblazen heel vreemd en ongewoon aanvoelt. Het is belangrijk om de instellingen van het beademingsapparaat aan te passen aan de behoeften en het comfort van de patiënt, zodat deze zeer effectieve behandeling goed wordt verdragen.
Zodra de instellingen goed zijn, kan NIV daarna juist kalmerend en geruststellend werken.
Het masker kan soms wat knellen, en luchtlekken kunnen hinderlijk zijn, vooral als de lucht bij een neus-mondmasker aan de bovenkant naar de ogen ontsnapt. Een goed gekozen masker en kleine siliconen kussentjes kunnen helpen om het masker beter te laten afsluiten en het ongemak te verminderen.
Virussen zijn micro-organismen die ziekten veroorzaken. Ze dringen de cellen van het lichaam binnen om zich te vermenigvuldigen (‘gerepliceerd te worden’). Ze geven informatie door waardoor de cellen zelf talloze kopieën van het virus gaan maken; die komen vervolgens vrij en infecteren op hun beurt andere cellen. Antibiotica werken niet tegen virussen, maar kunnen wel worden gebruikt wanneer er na de virusinfectie een bijkomende bacteriële infectie ontstaat.
De Franse term voie veineuse centrale (VVC) betekent hetzelfde als centraal veneuze katheter (CVC) of centrale lijn.
Centraal veneuze katheters zijn nodig om op de IC veel medicijnen veilig te kunnen toedienen, zoals catecholaminen (bijvoorbeeld noradrenaline). In sommige gevallen kan via centrale katheters ook de druk in de bloedvaten worden gemeten. Het inbrengen gebeurt steriel, onder plaatselijke verdoving. Ook de verzorging ervan moet steriel gebeuren.