De dag van een IC-patiënt draait om het werk van de verschillende leden van het medisch en verpleegkundig team, dat 24 uur per dag aanwezig is.
Elke ochtend onderzoeken de artsen alle patiënten om de diagnose te stellen en het effect van de behandelingen te beoordelen. Dit onderzoek wordt meerdere keren per dag herhaald, soms met aanvullend onderzoek (röntgenfoto, bloedafname, echografie), afhankelijk van het verloop en de ernst van de ziekte, en van wat de verpleegkundige die voor de patiënt zorgt heeft opgemerkt. Deze stap is belangrijk om de behandelingen voor te schrijven die uw naaste nodig heeft. Deze voorschriften worden in de loop van de dag bijgewerkt en aangepast aan de toestand van de patiënt en zijn vitale functies (hartslag, bloeddruk, zuurstofsaturatie enzovoort). Al deze waarden worden vastgelegd door een computersysteem voor continue monitoring en bewaakt door het zorgteam.
Een gewone dag begint meestal vroeg in de ochtend met bloedafnames. Zo zijn de dringende uitslagen zo vroeg mogelijk op de dag bekend en kunnen de behandeldoelen voor die dag worden vastgesteld.
De verpleegkundigen doen op vaste tijden rondes om de patiënten te controleren en de behandelingen toe te dienen (afhankelijk van de organisatie van de afdeling ongeveer elke 3 à 4 uur).Bij elke wisseling van dienst draagt het ene team de zorg over aan het volgende (de overdracht). Het begin van de ochtend is een drukke periode: de patiënten worden gewassen en de eerste ronde vindt plaats van de arts-assistenten, de specialisten (chefs de clinique) en de fysiotherapeuten.
In de loop van de ochtend is er meestal een teambespreking, die afhankelijk van de afdeling “visite” of “staf” heet. Deze bespreking kan in de kamers plaatsvinden, in een aparte ruimte of op de afdeling zelf. Dan worden per patiënt de behandeldoelen en prioriteiten voor die dag besproken en vastgesteld. Het is een belangrijk moment en u wordt gevraagd het niet te onderbreken, zodat deze organisatie zo goed mogelijk kan verlopen.
De middag is vaak het moment voor geplande onderzoeken, fysiotherapie en overleg over de dossiers van patiënten, met andere specialisten of binnen het team. Aan het eind van de middag is er een tweede artsenvisite om de toestand van de patiënten opnieuw te beoordelen, gevolgd door een overdracht tussen artsen voor de nachtdienst.
Soms is onderzoek buiten de afdeling nodig (CT-scan, MRI-scan). De patiënt wordt dan naar de afdeling gebracht waar het onderzoek plaatsvindt, door leden van het team die onderweg zorgen voor zijn bewaking en veiligheid. Zo’n transport gebeurt alleen als het nodig is, op een moment dat de toestand van de patiënt stabiel genoeg is. Daarom wordt het vaak op het laatste moment besloten en geregeld, afhankelijk van hoe het met de patiënt gaat en wanneer de onderzoeksruimte beschikbaar is. Het kan dus gebeuren zonder dat u bent ingelicht, of terwijl u net een bezoek aan uw naaste had gepland.
Het medisch team kan ook specialisten inschakelen. Die komen in sommige gevallen naar het bed van de patiënt, of bekijken de beeldvormende onderzoeken op afstand. Er is dus voortdurend overleg met de huisarts, de medisch specialisten en de behandelend artsen.
Aan het eind van de dag en/of bij elke wisseling van dienst geven de artsen en verpleegkundigen van de dagdienst alle belangrijke informatie door aan het nachtteam. Ze vatten de voorgeschiedenis van elke patiënt samen en vertellen wat er die dag is gebeurd en welke doelen er nog zijn. De dienstdoende artsen controleren of de voorgeschreven behandelingen het verwachte effect hebben, onderzoeken de patiënten die dat nodig hebben en passen zo nodig de behandelingen aan. De bewaking door de verpleegkundigen gaat ’s nachts in hetzelfde tempo door als overdag. Wel wordt geprobeerd om waar mogelijk een rustigere sfeer te creëren, om het dag-nachtritme van de patiënten te beschermen.