Ze zijn rijk aan vezels, vitamines en mineralen, en helpen veel ziekten te voorkomen: kanker, hart- en vaatziekten, overgewicht, diabetes…
U kunt groente en fruit in alle vormen eten: vers, diepvries, uit blik of pot, gekookt of rauw… en ook als moes (zelfgemaakt of bij voorkeur “zonder toegevoegde suikers”) of als soep… Kies zo mogelijk voor biologische groente en fruit.
Kies idealiter zo vaak mogelijk een portie fruit als toetje!
⇒ linzen (groene, rode, zwarte), bonen (witte, bruine/rode, zwarte), kikkererwten, spliterwten en tuinbonen.
Ze zijn rijk aan vezels en bevatten ook plantaardige eiwitten.
Eet ze los of samen met vis/vlees, groente of graanproducten (pasta, rijst of couscous)
⇒ graanproducten: volkorenbrood of meergranenbrood, volkorenpasta, volkorencouscous en zilvervliesrijst, volkorenmeel
Kunnen elke dag worden gegeten, bij voorkeur volkoren of half-volkoren, omdat die meer vezels bevatten
NB: Wit brood en gewone pasta worden gemaakt van witte bloem, afkomstig van graan waarvan de kiem en de zemelen zijn verwijderd. Ze bevatten daardoor minder vezels, mineralen en vitamines. Volkoren zetmeelproducten bevatten juist alle voedingsstoffen van de graankorrel.
Zetmeelproducten bevatten zogeheten “complexe koolhydraten”, ook wel “langzame suikers” genoemd. Ze leveren het lichaam energie die langer beschikbaar blijft dan de energie uit snelle suikers.
Door vette vis (sardines, makreel, haring, zalm) af te wisselen met magere vis beperkt u de inname van vet en profiteert u toch van de omega 3-vetzuren in vette vis.
Vis levert ook eiwitten en ijzer. NB: Sommige vissoorten kunnen verontreinigende stoffen bevatten. Daarom wordt aangeraden om soorten en herkomst af te wisselen.
Diepvriesvis heeft dezelfde voedingswaarde als verse vis, maar vermijd gepaneerde vis of vis in saus, die veel vet bevatten.
⇒ Walnoten, hazelnoten, amandelen en pistachenoten.
Rijk aan gezonde vetten, en walnoten in het bijzonder aan omega-3-vetzuren.
Vetten die u zelf toevoegt (olie, boter en margarine) kunt u elke dag in kleine hoeveelheden gebruiken.
Te veel vet eten verhoogt op termijn het risico op gewichtstoename of op een hart- en vaatziekte. Toch zijn sommige vetten onmisbaar voor ons lichaam! Kies voor plantaardige oliën – raapzaad-, walnoot- en olijfolie – en beperk boter.
Een doeltreffende manier om minder vet te eten is zo veel mogelijk zelf te koken en te kiezen voor gezonde bereidingswijzen: smoren, stomen, grillen…
Vetarme producten kunnen een goede manier zijn om te minderen, mits u er niet meer van gaat eten omdat ze “light” zijn (20 g lightboter = 10 g gewone boter).
NB: De vermelding “minder vet” betekent niet dat er geen vet in zit, maar dat het product 30% minder vet bevat dan een standaardproduct.
Eén portie = een bakje yoghurt naturel, een middelgroot glas melk (150 ml), een stuk kaas (30 g) of geraspte kaas over pasta, ovenschotels en quiches…
Zuivelproducten zijn in te delen in 3 categorieën:
NB: Room, boter en smeerkaas worden van melk gemaakt, maar bevatten veel vet en weinig calcium en tellen niet mee als zuivelproduct: beperk het gebruik ervan.
Harde kazen, zoals emmentaler, comté, parmezaan… bevatten het meeste calcium, maar vaak ook het meeste vet. Let ook op zeer zoute kazen (feta, roquefort…).
NB: We spreken in “porties”: een portie voor een volwassene is 80–100 gram.
Enkele nuttige bronnen:
Eten volgens het seizoen
Gezonde menu’s samenstellen die bij uw smaak passen
Etiketten begrijpen
Meer over voeding
Dysfagie, of slikproblemen, kan het gevolg zijn van een lange periode waarin de slikspieren niet zijn gebruikt, of van neurologische schade. Door de verzwakte spieren lukt het slikken niet goed en kan een deel van het voedsel in de luchtwegen terechtkomen: dit heet “verslikken”. Het uit zich in hoesten tijdens het eten en kan leiden tot longontstekingen. Afhankelijk van de schade kan iemand zich verslikken in vast voedsel en/of in vloeistoffen. Om dit te voorkomen kan de voeding worden aangepast zolang de revalidatie duurt, tot het slikken weer normaal gaat.
Bij slikproblemen maakt aangepaste voeding het makkelijker om voldoende binnen te krijgen.
Aangepaste voeding moet uitdroging voorkomen, door vocht in de voeding te verwerken, maar vooral ook zorgen dat u voldoende voedingsstoffen binnenkrijgt. Dat is na een IC-opname extra belangrijk.
Hoe past u de voeding aan?
Het gaat erom het eten vooraf goed voor te bereiden: snijd het in kleine, zachte stukjes met een bindmiddel erbij (een saus en/of een puree), zodat het makkelijk te eten is en er geen risico op verslikken is.
Het is heel belangrijk dat eten lekker en smaakvol blijft, ook als u aangepaste kooktechnieken gebruikt: het idee is honger en eetlust op te wekken en tegelijk rekening te houden met de beperkingen en behoeften.
Veilig eten bij slikproblemen
◊ Het bereiden van de maaltijd:
◊ De houding:
◊ De maaltijd:
Bij vermoeidheid of als het u tegenstaat:
Wat u gemakkelijk kunt gebruiken om de voeding aan te passen:
Voedingsmiddelen waarin men zich gemakkelijk verslikt:
Voedsel dat verkruimelt: beschuit, droge koekjes, croissants en ander gebak, vermicelli
Voedsel met korrels, pitjes of pitten: rijst, couscous, tarwe, mosterdzaad, hele peperkorrels; druiven, tomaten, kersen, olijven
Voedsel met een vel of schil: doperwten, sinaasappel, peulvruchten
Vezelig voedsel: stoofvlees (zoals bœuf bourguignon), groenten zoals schorseneren, prei, snijbietstelen, ananas
Harde, ronde of knapperige voedingsmiddelen: rauwe appel, radijs, noten (pinda’s, amandelen…), gegratineerde gerechten, snoepjes…
NB: Deze voedingsmiddelen zijn niet verboden, maar moeten op een aangepaste manier worden gegeten, afhankelijk van het soort dysfagie (vaak gemixt of gepureerd)
Om vloeistoffen in te dikken is verdikkingspoeder nog altijd het meest geschikt. Het kan met elke vloeistof worden gebruikt.
NB: Het poeder “Clinutren Thicken Up Clear” van Nestlé is het enige dat buiten het ziekenhuis wordt vergoed (in Frankrijk).
Om de risico’s bij het drinken te beperken, kunt u variëren met temperatuur, smaak en “textuur”. Kies bij voorkeur dranken die:
– koud zijn
– warm zijn
– op smaak gebracht zijn
– koolzuurhoudend zijn
– zo nodig met verdikkingspoeder zijn ingedikt.
– Vermijd dranken op kamertemperatuur.
Kies bij soepen voor heel gladde, goed gemixte soepen, zonder stukjes, pasta of croutons.
Aanvullende bronnen:
Gids met de IDDSI-niveaus voor voedsel en dranken: niveau 0 tot 7
Hiermee kunt u de textuur van elk voedingsmiddel aanpassen, zodat u goed en veilig kunt eten.
Laat u gerust begeleiden door een diëtist of logopedist bij het overstappen op aangepaste voeding. U kunt tijdens de hele ziekenhuisopname vragen of een van hen langskomt, of na ontslag een diëtist of logopedist buiten het ziekenhuis raadplegen.
Het International Dysphagia Diet Standardisation Initiative (IDDSI) ontwikkelt hulpmiddelen in samenwerking met patiënten, mantelzorgers, zorgprofessionals, bedrijven, beroepsverenigingen en wetenschappelijke verenigingen uit diverse landen
Brochures over de IDDSI-texturen
Honger wordt geregeld door een aantal hormonen, waaronder ghreline en leptine
Ghreline is een hormoon dat wordt aangemaakt als onze maag leeg is of als ons lichaam energie nodig heeft omdat de bloedglucose (de suiker in het bloed) daalt.
Zodra ons lichaam vindt dat we genoeg hebben gegeten, zorgt leptine – als tegenhanger van ghreline – ervoor dat we stoppen met eten.
Tijdens een ziekenhuisopname en een langdurig verblijf op de IC heeft het lichaam meer energie nodig en treedt er spierafbraak op (zie de gevolgen voor het lichaam).
Het is tegenstrijdig, maar wanneer we ziek en moe zijn, heeft ons lichaam ondanks de grotere energiebehoefte vaak geen honger, of hebben we in elk geval geen zin om te eten.
Om te voorkomen dat u in een vicieuze cirkel belandt en om het spierverlies tegen te gaan, is het belangrijk uw lichaam de nodige brandstof te geven, ook als u daar geen behoefte aan voelt en ook als u geen honger hebt.
Hoe kunt u dit hormoon en uw zin in eten stimuleren?
De eetlust stimuleren begint met zin in eten opwekken:
Uw voedingsbehoefte na de IC
Op de intensive care ondergaat het lichaam een zware belasting die leidt tot aanzienlijke spierafbraak, vooral bij een langdurige opname.
Daardoor is de behoefte aan calorieën en eiwitten in de ontwaakfase, bij het begin van het mobiliseren en na de IC-opname verhoogd, om een goed herstel mogelijk te maken, vooral van de spieren (30–35 kcal/kg/dag en 1,3 tot 2 g eiwit/kg/dag; voor een volwassene van 60 kg betekent dat 30 x 60 = 1800 kcal per dag en 2 x 60 = 120 g eiwit per dag).
Eiwitten spelen een doorslaggevende rol bij het herstel na de IC:
Dierlijke eiwitten zijn de beste bron wat kwaliteit en hoeveelheid betreft, u vindt ze onder meer in:
Dierlijke eiwitten kunnen worden vervangen door plantaardige eiwitten. De belangrijkste bronnen zijn:
Ze worden minder goed opgenomen, maar de opname kan gelijkwaardig zijn aan die van dierlijke eiwitten als u ze met elkaar combineert (een graanproduct + een peulvrucht), zodat ze elkaar aanvullen en beter verteerbaar zijn.
Bijvoorbeeld:
Hiermee haalt u gemakkelijker uw behoefte, omdat ze in een klein volume veel calorieën bevatten. Enkele voorbeelden:
Het is belangrijk om begeleid te worden en persoonlijke zorg te krijgen, vooral als u ook een andere aandoening hebt, zoals diabetes of een verhoogd risico op hart- en vaatziekten. Sommige verrijkingen moet u dan namelijk beperken** en andere juist vaker gebruiken.
Enkele ideeën om gerechten te verrijken:
Groentesoep met ham
Mix 1 plak ham + 1 gekookte eidooier + 2 eetlepels volle-melkpoeder + 1 à 2 eetlepels crème fraîche + 2 snufjes geraspte gruyère of smeerkaas van gruyère met een kom groentesoep.
Groenteflan
Maak een bechamelsaus. Voeg bloemkool, gekookte spinazie of wortelpuree toe + 1 à 2 eetlepels crème fraîche + 2 snufjes geraspte gruyère + 1 à 2 eetlepels volle-melkpoeder + 1 heel ei. Gaar het au bain-marie in de oven.
Gemixt vlees, ham of ei
Maak een bechamelsaus en voeg gaar gehakt (de hoeveelheid van een tartaartje) of 1 plak ham of 2 fijngedrukte hardgekookte eieren toe + 2 snufjes geraspte gruyère + 1 à 2 eetlepels crème fraîche, en mix alles.
Kwark met banaan
Mix 2 kuipjes volle kwark (petit-suisse) met een banaan, 1 à 2 eetlepels volle-melkpoeder, 1 à 2 eetlepels crème fraîche en kristalsuiker.
Verrijkte pudding
Kook 50 g rijst, griesmeel, tapioca of maizena in ½ liter volle melk + 5 eetlepels mageremelkpoeder + suiker en smaakstof naar keuze. Mix zo nodig.
Milkshake
Mix 1 kom melk + 1 à 2 eetlepels volle-melkpoeder + 1 à 2 eetlepels crème fraîche + 2 bolletjes vanille-ijs + smaakmaker (koffie, chocolade, karamel, vruchtensiroop, kaneel…) of 1 goed rijpe vrucht (banaan, aardbei, framboos…). Direct opdrinken.
Drinkvoeding (orale voedingssupplementen)
Op voorschrift van een arts vullen ze de inname van eiwitten en energie aan en maken ze het makkelijker om aan uw behoefte te voldoen. Ze zijn op recept verkrijgbaar bij de apotheek en worden vergoed door de Franse wettelijke ziektekostenverzekering (Sécurité sociale). Er is een ruim aanbod:
Uw diëtist kan u adviseren welke het beste bij u passen. De textuur van de drinkvoeding moet worden aangepast aan het IDDSI-niveau en aan het advies van de logopedist. U kunt de apotheker vragen om een “proefpakket” met de verschillende smaken van het aanbevolen assortiment.
Zoals gezegd vult drinkvoeding de gewone voeding aan. Daarom is het meestal beter om het als tussendoortje te gebruiken, buiten de maaltijden.
Ongeopend kan het op kamertemperatuur worden bewaard. Na opening moet het binnen 2 uur worden gebruikt, of binnen 24 uur als het in de koelkast wordt bewaard.
NB: sommige soorten kunt u ook in gerechten verwerken, bijvoorbeeld in plaats van melk in een cakerecept. Op de website van de fabrikant van de drinkvoeding die u is voorgeschreven, kunt u receptenboekjes vinden!