Spreek de patiënt rechtstreeks aan en vertel alles wat u relevant lijkt. Vertel gerust over alle positieve gebeurtenissen tijdens de opname, maar ook over de moeilijke momenten en over hoe u zich voelde. Juist deze gebeurtenissen zullen de patiënt namelijk interesseren wanneer hij of zij weer volledig bij bewustzijn is, om goed te beseffen wat hij of zij heeft doorgemaakt.
Let wel: het is nuttig voor de patiënt om te begrijpen wat hij of zij heeft doorgemaakt en wat u als naaste hebt doorgemaakt. Maar een al te emotioneel dagboek kan bij de patiënt schuldgevoelens oproepen (vooral het schuldgevoel dat naasten zulke zware momenten hebben moeten doorstaan) en het lezen ervan bemoeilijken. Hebt u behoefte om uw hart te luchten, houd dan daarnaast een persoonlijk dagboek bij, waarin u al uw angsten en emoties kwijt kunt.
Door te beschrijven hoe de patiënt eventueel in de war was of hallucineerde, of door kleine, alledaagse voorvallen tijdens de opname te vertellen, kan hij of zij de vreemde herinneringen die er misschien zijn beter begrijpen.
Bijvoorbeeld: als u opschrijft dat de patiënt vreemd naar een vlek op het plafond staarde, of dat er door verbouwingswerkzaamheden de hele dag veel lawaai was, kan dat helpen verklaren waarom hij of zij een vreemde herinnering heeft aan een dier in de kamer, of het gevoel had in het ruim van een schip te liggen!
Plaats alles wat de patiënt meemaakt gerust in een bredere context: vertel wat er thuis gebeurt (hoe het de kinderen op school gaat, de wisseling van de seizoenen, de reis van een familielid, enzovoort) en beschrijf wat er in de wereld buiten gebeurt (uitslagen van sportwedstrijden die aansluiten bij de interesses van de patiënt, grote nieuwsgebeurtenissen die de patiënt niet live meemaakt, politieke gebeurtenissen, enzovoort). Door het eigen verhaal in een context te plaatsen, kan de patiënt zichzelf beter weer opbouwen.
Het verhaal van Jean-YvesHet IC-dagboek, een getuigenis van menselijkheid