Alle apparaten voor orgaanondersteuning (beademingsapparaat, dialyse, extracorporele circulatie) meten daarnaast ook een groot aantal waarden, zodat de behandeling heel nauwkeurig kan worden bijgesteld.
Meer weten over de apparaten op de intensive care
Elk apparaat dat zorgverleners gebruiken om patiënten te bewaken of te behandelen, is zo ingesteld dat het bij bepaalde situaties alarm geeft. Zo worden de zorgverleners gewaarschuwd als er een probleem is, maar ook als het apparaat om een handeling vraagt. Niet alle alarmen zijn dringend. Ook al kunnen ze beangstigend klinken voor wie er niet aan gewend is, de zorgverleners herkennen ze en passen hun reactiesnelheid aan de situatie aan.
Dit is de meting van de elektrische activiteit van het hart met elektroden (plakkers) op de borst van de patiënt. Meestal is het de eerste lijn op de monitor: een groene lijn met een getal in dezelfde kleur. Met deze continue meting kan de hartslag worden bewaakt, dat wil zeggen het aantal slagen per minuut (de pols), en ook de lijn zelf, waarvan de vorm in sommige gevallen kan veranderen.
Deze wordt continu gemeten, meestal met een kleine klem op de vinger of het oor. Zo is te zien hoeveel zuurstof er in het bloed van de patiënt zit, en kan de zuurstoftoediening worden aangepast aan wat hij of zij nodig heeft. Op de afbeelding hierboven is dit de gele lijn met het bijbehorende getal.
Deze kan met tussenpozen worden gemeten met een bloeddrukmanchet, of continu via een katheter in een slagader in de pols of de lies. Op de afbeelding hierboven geven de rode lijn en de getallen in dezelfde kleur de bloeddruk weer.