Het team

IC-patiënten hebben veel verschillende deskundigheden nodig om in hun geheel goed verzorgd te worden, en ze moeten dag en nacht continu bewaakt worden.

Daarom zijn IC-teams zo groot. Afhankelijk van de afdeling is er meestal één verpleegkundige voor twee tot drie patiënten en één zorgassistent voor vier tot zes patiënten. Er zijn ook veel artsen, en zij wisselen vaker dan op andere afdelingen omdat ze veel diensten moeten draaien: er is namelijk altijd een medisch team aanwezig op de IC-afdeling, voor het geval er iets gebeurt.

Op deze pagina vindt u een zeer breed overzicht van beroepen die u op de intensive care kunt tegenkomen. Afhankelijk van de afdeling, het specialisme of de organisatie van het ziekenhuis zijn niet al deze functies op elke afdeling aanwezig.

Het afdelingshoofd

Het afdelingshoofd (chef de service) geeft leiding aan alle artsen die u op de afdeling tegenkomt. Hij of zij is verantwoordelijk voor de klinische zorg en de algemene koers van de afdeling.


De specialisten (intensivisten): chefs de clinique, assistants of praticiens hospitaliers (PH)

De “kliniek” is de medische zorg die aan het bed van de patiënt plaatsvindt. Het woord komt van het Griekse “klinê”, dat “bed” betekent.

Het gaat om volledig bevoegde artsen (docteurs en médecine) die werkzaam zijn op een verpleegeenheid. Zij bepalen dagelijks de behandeldoelen voor de patiënten van hun eenheid. Op veel afdelingen wisselen de artsen elkaar af in deze klinische taak. Als ze niet “aan het bed” staan, kunnen ze afdelingsoverstijgende taken hebben, of zich bezighouden met onderwijs en/of onderzoek, vooral in academische ziekenhuizen of op afdelingen die geneeskundestudenten opleiden (“internes” en “externes”). Ze kunnen ook wetenschappelijk onderzoek doen.

De artsen in opleiding (internes)

De internes zijn artsen die nog in opleiding zijn tot specialist (vergelijkbaar met aios). U komt ze tegen in academische ziekenhuizen (CHU) of op afdelingen van algemene ziekenhuizen (Centres Hospitaliers) die ook opleiden. Ze zijn veel aanwezig op de eenheden, je zou kunnen zeggen “in de frontlinie”, en zijn daardoor vaak belangrijke aanspreekpunten voor naasten en patiënten. Zij zorgen voor de continue medische bewaking en schrijven behandelingen voor onder de directe verantwoordelijkheid van de specialist van hun eenheid. Ook zorgen ze voor de continuïteit van de zorg tijdens de nachtdiensten, altijd samen met een meer ervaren arts.

De teamleiders verpleegkunde

De teamleiders (cadres de santé) zijn meestal verpleegkundigen met een master in management en/of het diploma voor leidinggevende in de zorg. Zij geven leiding aan het zorgteam en coördineren het. Ze bewaken de kwaliteit van de zorg en zorgen voor het beheer en de coördinatie van personeel en materiaal. Zij staan garant voor een organisatie van de afdeling die de best mogelijke zorg voor de patiënten mogelijk maakt. Tot hun taken horen ook het opleiden en begeleiden van de teams, het uitvoeren van afdelingsprojecten en het toepassen van het gezondheidsbeleid. Ze kunnen een waardevolle bron zijn om u te helpen begrijpen hoe de afdeling werkt.

Het duo verpleegkundige en zorgassistent

Verpleegkundigen en zorgassistenten zijn voortdurend aanwezig op de eenheden en in de kamers, en voeren de zorg uit.

De verpleegkundigen wisselen elkaar 24 uur per dag af om over de patiënten te waken. Ze worden bij hun taken geholpen door de zorgassistenten. Die taken bestaan vooral uit:

  • De vitale functies bewaken van hun patiënten door metingen te doen (bloeddruk, hartslag, zuurstofsaturatie) en meerdere keren per dag te letten op nieuwe symptomen of veranderingen in de gemeten waarden, en het nodige bloed of ander materiaal afnemen 
  • Behandelingen toedienen en aanpassen op basis van de gemeten waarden en de uitslagen van onderzoeken
  • Letten op complicaties van alle gegeven behandelingen en die zo veel mogelijk voorkomen
  • De patiënt in bed van houding veranderen om doorligwonden te voorkomen, de huid controleren en schoonhouden (het bed verschonen en de patiënt in bed wassen)
  • Zorgen voor het comfort van de patiënt 
  • De apparaten voor ondersteuning van de vitale functies (beademingsapparaten, dialyseapparaten, extracorporale circulatie…) opbouwen en zorgen dat ze goed werken
  • Maar ook, en misschien wel vooral: oog en oor hebben voor de behoeften en vragen van patiënten en hun naasten, hen helpen wennen aan deze nieuwe omgeving en deze moeilijke situatie, hun zorgen en vragen beantwoorden, of hen doorverwijzen naar degene die die vragen het best kan beantwoorden.
  • Ze werken nauw samen met de artsen in opleiding en de specialisten van hun eenheid. Samen beoordelen ze meerdere keren per dag de klinische toestand van de patiënten, bespreken ze de problemen die zich voordoen en evalueren ze opnieuw de behandelingen en maatregelen om de patiënt zo goed mogelijk te verzorgen.

De medewerkers huishoudelijke dienst (ASH)

Zij zijn op de intensive care extra belangrijk, omdat alles daar onberispelijk schoon moet zijn om ziekenhuisinfecties bij deze zeer kwetsbare patiënten zo veel mogelijk te beperken. 

 

De maatschappelijk werkers

Zij kunnen u goed helpen bij de stappen die nodig zijn om tijd vrij te maken om uw naaste op de intensive care bij te staan (ziekteverlof (arrêt de travail), zorgverlof voor familie (congé de solidarité familiale), …). Ze brengen in kaart welke sociale ondersteuning nodig is en coördineren het traject na ontslag.



De diëtisten

Zij zorgen ervoor dat IC-patiënten voeding krijgen die is afgestemd op hun toestand. De kwaliteit en de juiste afstemming van de voeding zijn van groot belang voor een goed herstel van de patiënten.


De fysiotherapeuten

Zij spelen een essentiële rol op de intensive care. Ze werken dagelijks met de patiënten om de gewrichten soepel en de spieren op peil te houden bij patiënten die in bed liggen, ook bij patiënten in coma, door de armen en benen voorzichtig te bewegen en met behulp van fietsapparaten. Dagelijks, of zelfs meerdere keren per dag, beoordelen en versterken ze de spierkracht en de zelfstandige ademhaling van de patiënten. Ze trainen daarbij de ademhalingsspieren om het ontwennen van de kunstmatige beademing te versnellen. Ook spelen ze een actieve rol bij het uit bed komen van de patiënt zodra die wakker is: rechtop zetten, oefeningen op de rand van het bed, vroeg in de stoel zitten…


De psychologen

Zij spreken met patiënten en hun naasten, luisteren naar hen en helpen hen door de emotioneel zware fasen van de IC-opname heen. In sommige gevallen kunnen ze een brug slaan naar het zorgteam en spanningen of conflicten helpen sussen.

De logopedist

De logopedist op de intensive care onderzoekt en behandelt problemen met slikken, communicatie en taal bij patiënten die geïntubeerd zijn, een tracheostoma hebben of kritiek ziek zijn, om hun herstel en comfort te bevorderen. Na de IC-opname kan de logopedist ook helpen bij het herstel van bepaalde vaardigheden, op het gebied van taal en slikken, maar ook op het gebied van het geheugen.

 

De ergotherapeut

De ergotherapeut op de intensive care voorkomt en beperkt problemen met bewegen en denken (motorische en cognitieve complicaties) bij kritiek zieke patiënten, en bevordert al vanaf de acute fase hun zelfstandigheid en functioneel herstel. De ergotherapeut werkt hierbij aanvullend op de fysiotherapeut. Na de IC-opname kan de ergotherapeut helpen om het dagelijks leven aan te passen aan eventuele tijdelijke of blijvende restverschijnselen, zodat de patiënt zo zelfstandig mogelijk blijft.

De studenten

Op veel afdelingen komt de IC-patiënt jonge studenten geneeskunde, verpleegkunde of fysiotherapie tegen, die meehelpen met de bewaking terwijl ze hun vak leren. Hun werk staat onder strikte begeleiding van de leden van het team. Geneeskundestudenten in hun 4e tot 6e jaar worden vaak “externes” genoemd (vergelijkbaar met coassistenten).

.

De medisch secretaresses


Zij ondersteunen de artsen bij het bijhouden en opstellen van de ziekenhuisdossiers, plannen medische afspraken en voeren de vele administratieve taken uit, zodat het zorgteam zich op de zorg voor de patiënten kan richten.